Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtKennelijk onredelijk ontslag. Benoeming werknemer in te hoog gegrepen functie.8 januari 2009 De werknemer (47 jaar) is sinds 1977 in dienst van de werkge-ver. Hij werkte eerst als re-searchmedewerker en sinds 2000 als business intelligence analist tegen een salaris van € 3.582,41 bruto. De werkgever heeft na verkregen ontslagver-gunning de arbeidsovereen-komst met de werknemer opge-zegd tegen 1 september 2006 wegens disfunctioneren. De werknemer stelt dat de opzeg-ging kennelijk onredelijk is. De kantonrechter te Meppel heeft zijn vordering toegewezen en aan de werknemer een schade-vergoeding toegekend van € 100.000,-. De werkgever gaat in hoger beroep bij het ge-rechtshof in Leeuwarden. Het hof overweegt op 14 okto-ber 2008 dat de werknemer van 1977 tot 2000 uitstekend heeft gefunctioneerd. In 2000 is hij van functie veranderd. Vaststaat dat hij in deze functie niet goed functioneerde. Uit een rapport van een extern bureau uit 2004 blijkt dat de werknemer “niet de juiste man op de juiste plek is” en dat de werkgever de werk-nemer niet in deze functie had mogen benoemen. De werkge-ver had moeten voorkomen dat de werknemer, ook al ambieer-de hij deze positie, in een func-tie werd aangesteld die voor hem te hoog gegrepen was. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om te zorgen dat werknemers geplaatst worden op functies met het functieni-veau dat past bij hun niveau. Van werkgever mocht verwacht worden dat zij bij de aanstelling in de nieuwe functie de compe-tenties van werknemer, die toen al meer dan twintig jaar bij haar in dienst was, kende. Door hem desalniettemin, en zonder daar-naar een aanvullend onderzoek te verrichten, in de functie te plaatsen, heeft werkgever on-zorgvuldig gehandeld. Op werkgever rustte, gelet op haar verantwoordelijkheid voor het “mislukken” van werknemer in de functie van business intel-ligence analist, vervolgens een vergaande verplichting om hem te herplaatsen in een passende functie in (of in het uiterste geval buiten) haar bedrijf. De werkgever is hierin tekort ge-schoten. Nu gebleken is dat de werknemer er na 120 sollicita-ties ook zelf niet in is geslaagd een andere functie te vinden, staat vast dat de werknemer een zwakke arbeidsmarktpositie heeft. Van de werkgever had mogen worden verwacht dat hij de werknemer een passende ver-goeding had betaald. Van be-lang is in dit verband dat werk-gever werknemer heeft aange-boden een vergoeding te betalen bij het einde van het dienstver-band. Aanvankelijk heeft werk-gever aangegeven bereid te zijn € 80.000,- te betalen indien werknemer zou meewerken aan ontbinding van de arbeidsover-eenkomst. Toen werknemer niet wilde meewerken aan een ont-binding, en derhalve ook geen aanspraak kon maken op de aangeboden vergoeding, heeft werkgever toch nog aangegeven bereid te zijn een vergoeding van € 50.000,- te willen betalen. Zij heeft daaraan echter geen gevolg gegeven. In dit kader overweegt het hof dat het feit dat partijen geen overeenstem-ming hebben bereikt over de hoogte van de vergoeding werkgever niet ontslaat van haar verplichting om, als een goed werkgever, zelf haar verant-woordelijkheid te nemen door, ondanks het niet bereiken van overeenstemming, een in haar visie passende vergoeding uit te betalen. Alles overwogen acht het hof een schadevergoeding van € 100.000,- bruto passend. |