Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtLast in first out1 maart 2000 In geval van een reorganisatie komen de werknemers met het kortste dienstverband het eerst voor ontslag in aanmerking. Met eventuele aan het dienstverband voorafgaande periodes van uitzendwerk en detachering moet bij de bepaling van de duur van het dienstverband worden rekening gehouden.De Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorziening kan toestemming voor opzegging van arbeidsovereenkomsten verlenen indien de werkgever aannemelijk maakt dat uit bedrijfseconomisch of –organisatorisch oogpunt arbeidsplaatsen dienen te vervallen. Per bedrijfsvestiging en per categorie uitwisselbare functies dient de werknemer met het kortste dienstverband het eerst voor ontslag in aanmerking te komen. In een ontslagvergunningsprocedure bij de Arbeidsvoorziening te Gelderland stelde een werknemer dat zijn werkgever een verkeerde datum indiensttreding hanteerde omdat deze de periode waarin de werknemer als uitzendkracht voor hem werkzaam was, niet meetelde. Zou dit wel gebeuren, dan zou deze werknemer langer in dienst zijn dan een collega en zou niet hij maar die collega voor ontslag in aanmerking komen. De betreffende collega was namelijk later bij de werkgever in dienst getreden, overigens na geruime tijd op detacheringsbasis voor die werkgever binnen zijn bedrijf te hebben gewerkt. De RDA overwoog dat voor het bepalen van de anciënniteit de periode van uitzendwerk inderdaad bij het dienstverband moet worden opgeteld. Dit kon de betreffende werknemer in dit geval echter niet baten. De RDA was namelijk van mening dat een periode die op detacheringsbasis is gewerkt eveneens meetelt, ondanks het feit dat een gedetacheerde bij een ander in dienst is. Dit bracht in casu mee dat de collega die eerst bij de werkgever gedetacheerd was geweest, een langere staat van dienst had dan de betreffende werknemer, ook als de periode van uitzending werd meegenomen. De ontslagvergunning werd daarom verleend. |