Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


Proeftijd


1 juni 2005

De ontslagbescherming geldt niet gedurende de proeftijd. Aan de proeftijd ligt de gedachte ten grondslag, dat partijen desgewenst de gelegenheid moeten hebben om, alvorens voor de toekomst gebonden te zijn, zich gedurende een met het oog op de belangen van de werknemer beperkte periode, proefondervindelijk op de hoogte te stellen van elkanders hoedanigheden en van de geschiktheid van de werknemer voor de bedongen arbeid (HR 2 oktober 1987, NJ 1988, 233).

De vraag is of opzegging onder gebruikmaking van het proeftijdbeding wegens andere redenen dan welke voortvloeien uit dit doel van de proeftijd, misbruik van bevoegdheid kunnen opleveren. Te denken valt aan een opzegging vanwege het vervallen van de functie vanwege reorganisatie of wegens de leeftijd van de werknemer. Dat ook een opzegging in de proeftijd misbruik van bevoegdheid kan opleveren, staat sinds het Codfried/ISS-arrest (1995) wel vast.

De vraag is of de werknemer die wegens een positieverbetering nog vòòr het ingaan van de arbeidsovereenkomst onder verwijzing naar het proeftijdbeding de arbeidsovereenkomst opzegt, misbruik van zijn bevoegdheid maakt en deswege schadeplichtig is. Over deze vraag werd de kantonrechter te Amsterdam onlangs een oordeel gevraagd. De werknemer was na een sollicitatieprocedure in dienst genomen voor de periode van een jaar, ingaande op 1 oktober 2004 met een proeftijd van een maand. Kort voor de aanvang van de arbeidsovereenkomst meldt de werknemer elders een arbeidsovereenkomst te hebben aanvaard waarmee hij meer kan verdienen. De werkgever meent dat de opzegging voor ingang van de arbeidsovereenkomst betekent dat aan het doel van de proeftijd niet is toegekomen en dat daarom de opzegging door de werknemer schadeplichtig is. De werkgever vordert van de werknemer vergoeding van de wervingskosten en de kosten gemoeid met het aangaan van de arbeidsovereenkomst. De werknemer verweert zich tegen deze vordering door erop te wijzen dat hij ook had kunnen komen werken en dan tijdens de proeftijd had kunnen opzeggen, hetgeen de werkgever (nog) meer schade had berokkend. De kantonrechter te Amsterdam volgt in zijn vonnis de gedachtegang van de werknemer. Hij overweegt dat door de opzegging voor ingang van de arbeidsovereenkomst weliswaar niet aan de bedoeling van het proeftijdbeding is toegekomen maar vindt dat werkgever groter ongerief is bespaard doordat zij niet genoodzaakt is geweest gedaagde gedurende een maand loon te betalen voor in de gegeven omstandigheden niet zinvolle arbeid.

Wij denken dat de uitkomst juist is. Tussen het gebruik van de proeftijd voor een ander doel dan waarvoor die bedoeld is en misbruik van bevoegdheid ligt aanzienlijke ruimte. Het feit dat wordt opgezegd gedurende de proeftijd met het oog op een ander doel dan waarvoor de proeftijd is gegeven, maakt die opzegging niet zonder meer schadeplichtig wegens misbruik van bevoegdheid.

Tip: Als zich een onvoorziene situatie voordoet waardoor u een reeds aangenomen maar nog niet werkzame werknemer niet zinvol arbeid kunt laten verrichten, kan voorafgaande gebruikmaking van het overeengekomen proeftijdbeding toch soelaas bieden.