Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


Arbeidsovereenkomst eindigt niet van rechtswege bij pensioengerechtigde leeftijd


1 juli 2009

 

Werknemer is op 1 november 2003 in dienst getreden bij werkgever in de functie van tekenaar. Op 10 augustus 2008 heeft werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt. Partijen hadden in eerste instantie de bedoeling dat werknemer nadat hij de 65-jarige leeftijd zou hebben bereikt zijn werkzaamheden bij werkgever zou voortzetten. Er is vervolgens verschil van inzicht ontstaan over de voorwaarden waaronder dit zou plaatsvinden. Uiteindelijk heeft werkgever besloten werknemer na 31 juli 2008 niet meer tot zijn werkzaamheden toe te laten. Partijen twisten over de vraag of de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar in de situatie waarin de individuele en collectieve arbeidsovereenkomst daaromtrent niets bepalen.

De kantonrechter te Delft oordeelt dat dit niet het geval is. Daarvoor zijn bijkomende feiten en omstandigheden nodig, waaruit zou kunnen volgen dat de partijbedoeling is gericht op het eindigen van de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In onderhavige kwestie duiden de feiten en omstandigheden juist op het tegendeel. Tussen partijen is gesproken over voortzetting van het dienstverband nadat werknemer de leeftijd van 65 jaar zou bereiken. Zij konden het slechts over de voorwaarden niet eens worden. Er is daarnaast sprake van precedenten bij werkgever ten aanzien van doorwerken na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd: werkgever heeft met een aantal werknemers de arbeidsrelatie voortgezet nadat zij de leeftijd van 65 jaar hadden bereikt.
Dat er sprake is van een pensioenregeling die recht geeft op een pensioenuitkering vanaf de leeftijd van 65 jaar, leidt niet tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst dan ook van rechtswege eindigt. Er is geen wettelijke regel die bepaalt dat de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd eindigt. Als in het verleden al zou kunnen worden aangenomen dat er sprake is van 'gewoonterecht' dat ertoe leidde dat de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioenleeftijd van 65 jaar van rechtswege eindigde, dan is de kantonrechter van oordeel dat een dergelijke 'gewoonterecht' niet meer van deze tijd is, mede gelet op de discussie die thans wordt gevoerd over verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd naar 67 jaar en de maatschappelijke ontwikkelingen van de laatste jaren, waarbij stoppen met werken bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar niet meer vanzelfsprekend is. De kantonrechter verklaart daarom voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen na 10 augustus 2008 is voortgezet.

Tip: De Hoge Raad leek in 1995 een einde van rechtswege bij bereiken van de 65-jarige leeftijd te accepteren. De kantonrechter te Delft oordeelt dat zo’n regel niet in dat arrest is te lezen. Vorig jaar (FFF 8/10/08) oordeelde de kantonrechter te Amsterdam zelfs dat een einde bij 65 jaar niet bij arbeidsovereenkomst of CAO kan worden overeengekomen. Ook die kantonrechter wees op het maatschappelijk debat over doorwerken na je 65ste. Ons advies is toch om altijd in de arbeidsovereenkomst (en CAO) op te nemen dat het dienstverband van rechtswege eindigt bij bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.