Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtRe-integratie: de onwillige werknemer1 november 2006 Onderstaande uitspraak van de kantonrechter te Lelystad betreft een werknemer in loondienst als machinaal houtbewerker. In november 2005 meldt de werknemer zich voor de zevende keer in dat jaar ziek. De bedrijfsarts rapporteert hem op 2 december 2005 ‘voorlopig op psychische gronden volledig arbeidsongeschikt door overwegend privé gerelateerde factoren’ en adviseert een gesprek tussen werknemer en werkgever. Tot tweemaal toe verschijnt de werknemer daarna zonder bericht van verhindering niet bij de bedrijfsarts. Verder reageert de werknemer niet op een drietal brieven van de werkgever waarin hem wordt verzocht om contact op te nemen om conform het advies van de bedrijfsarts een afspraak te maken voor een gesprek, dit ondanks dat in de derde brief met opschorting van loonbetaling wordt gedreigd. Ook op de vierde brief afkomstig van de advocaat van de werkgever reageert de werknemer niet. Hierop dient de werkgever bij de kantonrechter een verzoekschrift in tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Tijdens de mondelinge behandeling stelt de werknemer onder meer dat zijn ziekte geen verband houdt met het werk, dat hij het zichzelf kwalijk neemt dat hij niet op de brieven van de werkgever reageerde en graag aan zijn herstel wil werken. De mondelinge behandeling wordt vervolgens twee maanden aangehouden om de werknemer een tweede kans te geven en ingaande 1 maart 2006 hervat de werkgever bovendien de loonbetaling, die sinds 10 januari 2006 was opgeschort. Per brief van 9 mei 2006 bericht de werkgever de kantonrechter dat de werknemer wederom niet meewerkt aan zijn re-integratie, niet telefonisch bereikbaar is en niet reageert op brieven van de werkgever of de bedrijfsarts en dat het verzoek tot ontbinding dan ook wordt gehandhaafd. De kantonrechter oordeelde 4 augustus jl. als volgt. Nu de nalatigheid van de werknemer ten aanzien van zijn eigen re-integratie de grondslag vormt van het verzoek, dient in dit geval – ontbindingsverzoek – aan het opzegverbod tijdens ziekte – dat geldt bij opzegging van de arbeidsovereenkomst – z.g. reflexwerking te worden toegekend. Uit een arrest van de Hoge Raad uit 2004 blijkt volgens de kantonrechter dat opzegging wegens een dringende reden in verband met het niet nakomen van controlevoorschriften niet mogelijk is tenzij bijkomende omstandigheden aanwezig zijn. Loonopschorting is in de visie van de wetgever het aangewezen instrument indien de werknemer zijn re-integratie niet serieus oppakt. Niet valt in te zien, aldus de kantonrechter, waarom dit arrest niet ook geldt in geval van ontbinding wegens het niet nakomen van de re-integratieverplichting. De kantonrechter wijst daarom het verzoek af. Tip: Met de op 1 april 2002 ingevoerde Wet Verbetering Poortwachter – n.v.t. op de zaak voor de Hoge Raad (!) – heeft de wetgever opzegging van de arbeidsovereenkomst wèl mogelijk gemaakt wanneer de arbeidsongeschikte werknemer niet aan re-integratie meewerkt. De werknemer moet dan wel eerst zijn gewaarschuwd via het stoppen van loonbetaling. De kantonrechter had d.m.v. reflexwerking van deze uitzondering op het opzegverbod de arbeidsovereenkomst wèl behoren te ontbinden. |