Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtStoppen met roken2 januari 2002 Allemaal stoppen met roken is – misschien uitgezonderd in de maand januari – een utopie. De rookvrije werkplek zal dus voorlopig nog wel in discussie blijven tussen werkgever en werknemer. Mag een sollicitant zich daar ook in mengen? Van Hagen solliciteerde bij administratiekantoor AAME per brief naar de functie van Medewerker Financiële Administratie. Op zijn cv had Van Hagen onder meer als bijzonderheid vermeld: “Zwaar allergisch voor tabaksrook: 100% rookvrije werkplek noodzakelijk”. AAME reageerde schriftelijk: “Met aandacht hebben wij uw sollicitatiebrief van 4 december jl. gelezen. Uw kennis en ervaring sluiten, naar onze mening, aan bij de openstaande vacature. Echter binnen ons kantoor wordt door enkele collega’s gerookt waardoor wij u geen 100% rookvrije werkplek kunnen garanderen. Na zorgvuldige afweging hebben wij daarom toch besloten om de voorkeur aan een andere kandidaat te geven.” Van Hagen voelde zich gekwetst en stapte naar de rechter. Hij stelde dat AAME onrechtmatig heeft gehandeld door hem af te wijzen i.p.v. hem de baan en een rookvrije werkplek aan te bieden en eiste ƒ 5.000,00 immateriële schadevergoeding nu hij in een reële terugkeer op de arbeidsmarkt werd gefrustreerd. Hij beriep zich daarbij op het Burgerlijk Wetboek, de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten die AAME verplichten zorg te dragen voor een rookvrije werkplek. Van Hagen deed voorts een beroep op het bekende vonnis van de president van de Rechtbank te Breda van 25 april 2000 (inzake het PTT Postsorteercentrum, zie Fillet Fax Flits nr. 2/09 d.d. 27 april 2000), waarin de president oordeelt dat de werkgever de verplichting heeft te waarborgen dat niet-rokende werknemers zich tijdens hun werkzaamheden en pauzes bevinden in een omgeving die geheel vrij is van tabaksrook. Deze verplichting geldt volgens Van Hagen tevens ten opzichte van mensen die hun toegang tot de arbeidsmarkt zoeken. De kantonrechter te Delft wees de vordering van Van Hagen af. Het feit dat Van Hagen zich gekwetst voelde door de afwijzing is onvoldoende om schadevergoeding toe te wijzen, oordeelde deze kort door de bocht. Voorts, zo overwoog de kantonrechter ten overvloede, is het de vraag of het de werkgever is die onbetamelijk handelt als hij een sollicitant in de beginfase van een sollicitatieprocedure afwijst door niet in te gaan op de “eis” die in het bij de sollicitatiebrief gevoegde cv staat vermeld, ook als die eis terecht zou zijn. Daargelaten dus of een werkgever een sollicitant mag afwijzen op de grond dat er geen 100% rookvrije ruimte kan worden gegarandeerd, mag van een sollicitant worden verwacht dat hij een opening voor overleg biedt, bij welk overleg de door Van Hagen genoemde wetten en regels richtsnoer dienen te zijn. Door zijn wijze van solliciteren heeft Van Hagen zich die mogelijkheid ontnomen, aldus de kantonrechter. Tip: Wij vinden de motivering van de kantonrechter te Delft wel heel dun. Werkgevers zijn gewaarschuwd dat afwijzing van een sollicitant uitsluitend vanwege de niet-beschikbaarheid van een rookvrije werkruimte bij een andere rechter op minder begrip mag rekenen. |