Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtPesten door werkgever.2 april 2008 Ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek werknemer. C=1,5 + provisie.Werknemer, 39 jaar oud, is op 1 maart 2000 bij werkgever in dienst getreden en vervulde de functie van verkoper buitendienst (vertegenwoordiger). In 2007 is een interim-directeur aangetreden. Deze heeft na zes weken het vertrouwen in de werknemer opgezegd, een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter ingediend en een ontslagvergunning bij CWI aangevraagd. De ontslagvergunning is geweigerd en de werkgever heeft het ontbindingsverzoek ingetrokken. Daarna is volgens de werknemer een periode van treiteren begonnen, waaronder het wegblijven door de interim-directeur van een gesprek met klanten, het hem op de voet volgen in alledaagse zaken, gedoe rondom een controle door de arbo-arts tijdens ziekte, het doordrukken van de aanschaf van een leaseauto die minder geschikt was vanwege zijn nekhernia, het hem buiten werkgroepoverleg houden en het niet doorsturen van mailings. De werknemer verzoekt vervolgens de kantonrechter te Enschede om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met toekenning van een vergoeding van € 90.000,- (bij benadering C=4 en met verdiscontering van provisie in beloningsfactor B). De werkgever stelt dat de werknemer al langere tijd niet goed functioneert, maar dat zijn functioneren is verbeterd na de hem gegeven herkansing na intrekking van het eerdere ontbindingsverzoek. Voor het overige betwist de werkgever de hem gemaakte verwijten. Naar het oordeel van de kantonrechter is de zogenaamde herkansing slechts ingegeven door tactische overwegingen. De werkgever is blijven volharden in de na zes weken door de interim-directeur getrokken conclusie dat de werknemer niet voldeed. Een reële kans op verbetering is hem niet geboden. Het ontbindingsverzoek is blijkbaar ingetrokken omdat de werkgever vreesde een vergoeding te zullen moeten betalen. De procedure bij CWI is immers niet ingetrokken. Daarna is de werknemer steeds verder gemarginaliseerd. Het wegblijven door de interim-directeur bij een gesprek met klanten betekende gezichtsverlies voor de werknemer. Verder moest hij 's avonds naar de arbo-arts in Deventer, terwijl hij in Oldenzaal woont (zo'n 60 km enkele reis), is hij buiten werkgroepen gehouden en kreeg hij geen mailings meer. Dit "kaltstellen" van de werknemer rechtvaardigt, ondanks het feit dat het hier om een werknemersverzoek gaat, een vergoeding op basis van factor 1,5, waarbij rekening wordt gehouden met een gemiddelde provisie van € 1.014 per maand. De vergoeding komt daarmee op € 33.500,-. De werkgever wordt veroordeeld in de kosten. Tip: Wanneer een verzochte ontslagvergunning door CWI of ontbinding door de rechter is afgewezen (of ingetrokken) is er als het ware een nieuwe juridische werkelijkheid ontstaan waar verscherpte zorgvuldigheid troef is. Handel dan in het bijzonder als goed werkgever; iemand stelselmatig wegpesten hoort daar al helemaal niet bij. |