Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtOpenslaande deur in gezicht: werkgever aansprakelijk2 december 2004 5 November jl. deed de Hoge Raad een opvallende uitspraak over de reikwijdte van de zorgplicht en aansprakelijkheid van de werkgever voor ongevallen op de werkvloer. Het ging om een activiteitenbegeleidster in dienst van een verpleeghuis dat patiënten behandelt met het syndroom van Korsakov, d.i. een stoornis in alle geheugengradaties met desoriëntatie in tijd, plaats en persoon. Op 13 oktober 1998 kreeg zij, toen zij door een gang op de begane grond van het verpleeghuis liep, een deur van het toilet met kracht in haar gezicht. De deur was vanuit het toilet geopend door een bewoner van het verpleeghuis, een zeer grote en forse man met het syndroom van Korsakov. Werkneemster liep hierdoor letsel op en stelde haar werkgever daarvoor aansprakelijk omdat die volgens haar onvoldoende maatregelen had getroffen om het ongeval te voorkomen. Werkgever wees elke aansprakelijkheid pertinent van de hand. De lagere rechters (d.w.z. zowel de kantonrechter als het gerechtshof) hadden vastgesteld dat de naar buiten open zwenkende deur extra breed was (1,17 meter en hierdoor geschikt voor rolstoelgebruikers) terwijl de gang een breedte had van 1,97 meter, zodat slechts 80 centimeters van de gang vrij bleef als de deur geheel openzwaaide. Volgens deze rechters leverde dit een gevaarlijke situatie op daar één helft van de gang dan volledig en de gehele – toch al, ten opzichte van de breedte van de deur, relatief smalle – gang voor bijna 60% geblokkeerd werd. Verder vonden zij dat het verpleeghuis deze gevaarlijke situatie had kunnen voorkomen door te opteren voor een andere inrichting, bijvoorbeeld plaatsing van een schuifdeur, waarbij de rechters voorbij gingen aan het argument dat dit financieel niet haalbaar was. De diverse andere op zich zeer begrijpelijke verweren van de werkgever mochten evenmin baten. Het verpleeghuis stelde dat de deur was voorzien van een dranger zodat onverhoeds openzwaaien voorkomen werd. De rechters constateerden dat de dranger blijkbaar niet voldoende effectief was. Het feit dat geen enkel bouwvoorschrift noch enige Arbo-richtlijn of NEN-norm zich verzet tegen de wijze van inrichting van de gang deed er volgens de rechters evenmin aan af dat de situatie toch gevaarlijk is. Ook het verweer dat de combinatie van een smallere deur en een smallere gang veelvuldig voorkomt en algemeen geaccepteerd is, zoals in woonhuizen waar een deur van 80 à 90 centimeters vaak opendraait in een gang van circa 1 meter breed, strandde. Het klemmende verweer van de werkgever dat het van Amerikaanse toestanden zou getuigen wanneer een plicht zou worden aangenomen om werknemers te waarschuwen voor zoiets banaals en alledaags als de mogelijkheid van een openslaande deur, schoven kantonrechter en Hof tenslotte eveneens terzijde en zij oordeelden de werkgever integraal aansprakelijk. Wat zou de Hoge Raad met zoveel eenstemmigheid van kantonrechter en Hof doen in een geval als dit? De Hoge Raad is het met kantonrechter en Hof eens en laat hun uitspraken in stand. Waarmee de Hoge Raad bevestigt dat de zorgplicht van de werkgever voor veilige werksituaties in ons land onverminderd ver gaat. |