Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


UWV ontspringt de dans niet!


3 mei 2006

In de Fax Flits van november 2004 hebben we met betrekking tot het deskundigenoordeel van het UWV (‘second opinion’) over de arbeids(on)geschiktheid van een werknemer overwogen dat een apert onjuist oordeel van het UWV ons inziens wegens onrechtmatige daad tot (civiele) aansprakelijkheid kan leiden. Rechtspraak was er toen nog niet of nauwelijks. Onlangs is onze mening bevestigd door een uitspraak van de rechtbank te Amsterdam.

Een (voormalig) metselaar van Fuhlers Aannemingsbedrijf B.V. wordt met ingang van 13 februari 2003 door het UWV in het kader van een WAO-keuring ongeschikt verklaard voor zijn werk als metselaar omdat hij niet tot het werken met blokken in staat wordt geacht. Daarbij wordt hem een WAO-uitkering toegekend op basis van de arbeidsongeschiktheidsklasse 15-25%. De Arbo-dienst van Fuhlers sluit zich bij dit oordeel aan. Nadat de werknemer bezwaar tegen de beslissing van het UWV instelt, wordt hij echter door het UWV met terugwerkende kracht per 13 februari 2003 voor 100% arbeidsgeschikt geacht voor zijn eigen werk. De werknemer heeft hierdoor alsnog geen recht op een uitkering krachtens de WAO en omdat de werknemer in dienst was van Fuhlers, werd zij (eveneens met terugwerkende kracht) gehouden het loon van de metselaar te betalen, terwijl daar geen werk tegenover had gestaan. Fuhlers wilde deze schade wegens loondoorbetaling verhalen op het UWV.

De vraag die in deze zaak ter beoordeling staat, is of het UWV onrechtmatig jegens Fuhlers heeft gehandeld door de eerder afgegeven arbeidsongeschiktheidsverklaring te herroepen.

De rechtbank te Amsterdam overweegt in zijn uitspraak dat het antwoord op deze vraag afhangt van de redenen die ertoe hebben geleid dat het genomen besluit werd herroepen en de omstandigheden waaronder het primaire besluit tot stand is gekomen. Nu het primaire besluit is herroepen omdat de verzekeringsarts er bij de totstandkoming van dit besluit ten onrechte vanuit is gegaan dat de werknemer met blokken werkte, is volgens de rechtbank sprake van een oorzaak die, krachtens de in het verkeer geldende opvattingen, in de verhouding tussen het UWV en Fuhlers voor rekening van het UWV behoort te komen.

Het verweer van het UWV dat het feit dat Fuhlers alsnog loon diende te betalen het gevolg is van de onterechte weigering van Fuhlers om de werknemer tot het werk toe te laten, doet hieraan niet af. De rechtbank is van mening dat deze weigering van Fuhlers niet op zichzelf staat, maar dat deze rechtstreeks verband houdt met het oordeel van de verzekeringsarts. De schade van Fuhlers is dan ook niet het gevolg van de weigering van Fuhlers om de werknemer tewerk te stellen, maar van het onjuiste oordeel van de verzekeringsarts.

Naast het feit dat het in ieder geval van belang is dat het UWV aansprakelijk kan worden gehouden voor dit soort fouten, is ook van belang dat de rechter vindt dat de werkgever terecht afging op het oordeel van het UWV toen hij de werknemer niet langer toeliet tot zijn werk.

Tip: De tip uit de Fax Flits van 3 november 2004, luidende “Laat het er niet bij zitten als het UWV fouten maakt” doet nog steeds opgeld!