Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtBeëindigingsovereenkomst en pro forma ontbindingsprocedure; kantonrechter werkt niet mee3 september 2003 In een arbeidsconflict tussen werkgever en werknemer doet zich regelmatig de situatie voor dat beide tot overeenstemming komen over een beëindiging van de arbeidsrelatie onder bepaalde financiële voorwaarden. Voor de werknemer is daarbij van belang dat hij zijn WW-rechten ‘veilig stelt’ en voorkomt dat de UWV hem verwijtbaar werkloos acht. Een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op grond van ‘wederzijds goedvinden’ heeft immers het risico in zich dat de UWV de WW-uitkering weigert. Partijen kiezen er dan ook meestal voor om de bereikte overeenstemming over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te formaliseren via een pro-forma-ontbindingsprocedure bij de kantonrechter. In dat geval verzoekt de werkgever de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden op neutrale – de werknemer niet verwijtbare – gronden en de werknemer ‘verweert zich’ pro-forma. Vrijwel altijd geven de kantonrechters een bevestigendeontbindingsbeschikking af waarmee de UWV genoegen neemt en die leidt tot toekenning van de WW-uitkering aan de ex-werknemer. Recent weigerde de kantonrechter te Enschede echter zijn medewerking. In deze zaak was een werknemer wegens dringende reden op staande voet ontslagen omdat hij een collega met een aluminium staaf zou hebben geslagen. De werknemer achtte het ontslag niet terecht en stelde dat hij door zijn collega was aangevallen en dat hij zich louter verdedigde door hem met de staaf van het lijf te houden. Tijdens de mondelinge behandeling van het pro-forma-ontbindingsverzoek bleek de kantonrechter dat werkgever en werknemer hadden afgesproken dat er tegenover de intrekking van het staandevoets ontslag door werkgever een neutrale ontbinding zou komen met een vergoeding, maar dat de werknemer deze vergoeding niet zou opeisen. Deze vergoeding was slechts op papier ten tonele gevoerd om bij de UWV geen argwaan te laten ontstaan ter zake de verwijtbaarheid van de werkloosheid van de werknemer. De werkgever lokte zo, volgens de kantonrechter, een rechterlijke uitspraak uit met als niet toelaatbaar nevendoel het op het verkeerde been zetten van de uitkeringsinstantie. De rechter weigerde niet alleen zich voor dit karretje te laten spannen door een pro-forma-beschikking af te geven, maar beschikte vervolgens inhoudelijk tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van de verstoorde relatie tussen partijen, waarbij de rechter, vanwege de manoeuvres van de werkgever, toekenning van een vergoeding op basis van correctiefactor c = 2 uit de kantonrechtersformule billijk achtte! Onlangs is door de UWV’s aangekondigd dat zij strenger inhoudelijk de pro-forma-ontbindingsuitspraken gaat toetsen op verwijtbaarheid van de werknemer ter zake van de beëindiging van diens dienstverband. Tip: Werkgevers zijn dus gewaarschuwd. Bovendien geldt dat zij de werknemer niet te ver moeten volgen in zijn wens om zijn WW-uitkering veilig te stellen. |