Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


Ongezouten mening van OR-lid over hoogste baas is toegestaan. Tewerkstelling toegewezen.


3 oktober 2007 

Gozeling, 53 jaar oud, is sinds 12 januari 1979 in dienst, thans in de functie van Senior Organisatieadviseur tegen een salaris van EUR 5.397,04 per maand. Tevens is hij lid van de OR. In augustus 2006 heeft zijn werkgever de Algemene Werkgevers Vereniging VNO-NCW met hem gesprekken gevoerd over zijn functioneren en binnengekomen klachten. Vervolgens is gebleken dat Gozeling zich negatief zou hebben uitgelaten over de Algemeen Directeur van AWV VNO-NCW.

Er zou zijn gezegd:
dat de algemeen directeur, de heer Paternotte, niet te vertrouwen is mede vanwege zijn lichaamstaal (‘Die man is niet te vertrouwen’, ‘hij kijkt je niet eens aan als hij met je spreekt’, ‘schandalig hoe hij de samenwerking met VNO-NCW er door heen drukt’, ‘ik ben net bij hem geweest maar dat heeft geen enkele zin, hij luistert toch niet’) dat de heer Gozeling er alles aan zou doen om de verdergaande samenwerking/fusie met VNO-NCW tegen te gaan, hetgeen overeenkwam met de algemene mening van de OR (‘Ik zal alles wat in me zit gebruiken om hem tegen te houden’) dat we onze medewerkers op onze toekomstige locatie Den Haag, Malietoren behandelen als kistkalveren. ‘Gisteren bij een bezoek aan soortgelijke werkplekken, heb ik gezien hoe mensen moeten werken, het lijken wel kistkalveren’.

Dit heeft geleid tot een gesprek op 30 januari 2007, waarna de werknemer op non-actief is gesteld en de werkgever een ontbindingsverzoek heeft ingediend. Voorafgaand aan de behandeling van dat verzoek vordert de werknemer bij wege van voorlopige voorziening tewerkstelling als werknemer en als OR-lid onder verbeurte van een dwangsom.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de op non-actief stelling van de werknemer niet gerechtvaardigd is. Niet alleen heeft de werkgever de uitlatingen van de werknemer alleen “van horen zeggen”, maar ook als van die bewoordingen uit wordt gegaan, dan is de context waarbij de werknemer deze gebruikt zou hebben, namelijk tegen drie collega’s in een verlaten kantine, zodanig dat dit een op non-actief stelling niet rechtvaardigt. Een werknemer mag best een ongezouten mening hebben over zijn hoogste baas en mag daarover ook best praten met collega’s. Dit geldt temeer voor een lid van de OR, die vanuit die functie spreekt met de hoogste baas en ook spreekt met zijn collega’s. Een hoogste baas kan in zijn algemeenheid kritiek verwachten en moet een dikke huid hebben. De Algemeen Directeur heeft in het dagelijkse werk niets te maken met de werknemer. De stellingen van de werkgever dat de uitlatingen niet los kunnen worden gezien van het intensieve functioneringstraject, kan de kantonrechter dan ook niet volgen. De enkele omstandigheid dat de ontbindingszitting aanstaande is, is in ieder geval onvoldoende reden om de op non-actief stelling, die ontegenzeggelijk diffamerend van karakter is, te handhaven. De werkgever zal de werknemer weer tewerk dienen te stellen en hem ook als OR-lid moeten laten functioneren.

NB: het ontbindingsverzoek is vervolgens door AWV VNO-NCW ingetrokken. Ze dacht aanvankelijk zeker dat de door haar gepropageerde ontslagversoepeling al realiteit was…