Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


Uw broeders hoeder


4 mei 2005

Bedrijven of instellingen zijn gehouden ervoor te zorgen dat de eigen werknemers, dus de werknemers met wie zij een arbeidsovereenkomst hebben gesloten, onder veilige arbeidsomstandigheden hun werk verrichten (art. 7:658 BW). Deze zorgverplichting geldt op gelijke wijze ook jegens personen die weliswaar voor hen wekzaam zijn maar die niet krachtens arbeidsovereenkomst bij hen in dienst zijn.

Daartoe is, als onderdeel van de zgn. Flexwet, per 1 januari 1999 art. 7:658 BW uitgebreid met een 4e lid. Blijkens de Parlementaire Geschiedenis beoogde men vooral uitzendarbeid, uitlening en aanneming van werk onder deze werkgeverszorgverplichting te brengen. Tussen de werker en de derde (inlener e.d.) bestaat immers geen arbeidsovereenkomst. Maar ook is tijdens de parlementaire behandeling van het wetsontwerp onderkend dat tussen degene die arbeid verricht en degene voor wie hij dat doet wèl een overeenkomst, zij het geen arbeidsovereenkomst, kan zijn gesloten. De minister dacht hierbij aan bepaalde stageovereenkomsten en heeft zich tot dit voorbeeld beperkt.

Op 11 januari 2005 is door het Gerechtshof Arnhem artikel 7:658 lid 4 BW in hoger beroep toepasselijk geacht in de situatie dat een vrijwilligster werkte bij een dierenasiel en zij in haar pols was gebeten door een Anatolische herder. Vervolgens had zich een complex regionaal pijnsyndroom aan haar gehele rechterzijde ontwikkeld. De kantonrechter had eerder geoordeeld dat art. 7:658 lid 4 BW niet van toepassing is op de werkverhouding met deze vrijwilligster en dat voor een zgn. analoge toepassing geen plaats is. Ondanks het andersluidende en voor de vrijwilligster positieve oordeel stuurde het Hof haar helaas toch met lege handen naar huis. Het Hof vond namelijk dat het asiel de vrijwilligster voldoende veiligheidsinstructies had gegeven door haar te verbieden een kennel van een hond binnen te gaan. Zo’n instructie is zodanig kort en duidelijk dat zelfs bij de beperkte geestelijke vermogens van de vrijwilligster zij deze moet hebben begrepen, aldus het Hof.

Op 7 december 2004 heeft de kantonrechter te Schiedam de werkgeversaansprakelijkheid van art. 7:658 lid 4 BW eveneens van toepassing geacht in de situatie dat A als glazenwasser op proef van een ladder was gevallen. A had tevoren met B, die een glazenwassersbedrijf runde (eenmanszaak), afgesproken dat zij “als gelijkwaardige partners” zouden gaan samenwerken. Over vorm en inhoud daarvan hadden zij nog geen overeenstemming. Intussen zou A een dag mee proefdraaien en meehelpen de ramen te wassen van een door B aangenomen werk aan een flatgebouw waar hij met ladder en al vanaf viel.

Tip: Uw werkgeversaansprakelijkheid geldt praktisch voor iedereen die voor u werkt of ‘binnen de poorten’ verblijft, ongeacht of en zo ja welke juridische relatie u daarmee heeft. Dit geldt onder omstandigheden misschien zelfs ook voor uw bezoekers.