Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtRook vrij5 januari 2005 Op 1 januari 2005 was het een jaar geleden dat het recht op een rookvrije werkplek werd verankerd in de Tabakswet nadat de president van de Rechtbank Breda al in 2000 een algeheel rookverbod had opgelegd in het PTT Postsorteercentrum in Breda (zie Fillet Fax Flits nr. 2/09 d.d. 27 april 2000 en Fillet Fax Flits nr. 4/01 d.d. 2 januari 2002 voor een afwijkende uitspraak van de kantonrechter te Delft). Sindsdien zijn werkgevers verplicht er voor te zorgen dat werknemers kunnen werken zonder hinder of overlast van tabaksrook. Dit recht op een rookvrije werkplek omvat de hele werkomgeving. Dus niet alleen de eigen werkruimte, maar ook de koffiehoek, de kantine, trappen, hallen, wc’s etc. Een werkgever kan voor rokers een afgesloten rookruimte inrichten, maar dit is niet verplicht. De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) ziet toe op de naleving van de Tabakswet. Zij controleert bedrijven steekproefsgewijs of naar aanleiding van een klacht. Boetes kunnen oplopen tot EUR 2.400,- per overtreding. Het resultaat van deze wetgeving is dagelijks te zien: de tot outcast verworden roker wordt – meestal in groepsverband – buiten bij de voor- of achterdeur van het bedrijfspand of in de fietsenstalling trekkend aan een sigaret aangetroffen. Als dit buiten de pauzes gebeurt zal dit geen probleem zijn, maar wat als de nicotinebehoefte ook buiten de pauzes wordt bevredigd? Werkgevers hebben niet alleen een financieel belang bij het paal en perk stellen aan roken buiten de pauzes. Op de werkvloer kan ergernis ontstaan. Niet-rokers voelen zich tekort gedaan omdat zij wel doorwerken en ook nog de afwezigheid van hun collega moeten opvangen. De Arbeidstijdenwet en het daarbij behorende Arbeidstijdenbesluit geven de werknemer die langer dan vijfeneenhalf uur per dag werkt, het recht op minimaal dertig minuten aaneengesloten pauze. De werknemer die langer dan acht uur per dag werkt, heeft recht op een pauze van minimaal vijfenveertig minuten, waarvan een half uur aaneengesloten. Binnen deze grenzen kunnen werkgever en werknemers door middel van een collectieve regeling nader afspraken over de arbeidstijden maken. Vaak blijken deze pauzes onvoldoende voor de verstokte roker. Een extra rookpauze komt in beginsel voor rekening van de werknemer: geen loon is immers verschuldigd voor de tijd gedurende welke de werknemer de bedongen arbeid niet verricht. In de praktijk lijken veel bedrijven er echter voor te kiezen om de roker ‘een kwartier’ langer te laten werken ter compensatie van de extra rookpauzes die zij een werknemer gunnen. Hunter Douglas, de fabrikant van Luxaflex-zonweringen, kreeg enige tijd geleden veel aandacht met de introductie van een andere oplossing. Hunter Douglas is een volcontinubedrijf. Dat betekent dat wanneer een roker extra pauze neemt een collega zijn werk moet overnemen. Hunter Douglas ontwierp een plan waarin rokende werknemers drie vakantiedagen inleveren als zij buiten de reguliere pauzes tijd nemen om een sigaret op te steken. De Ondernemingsraad ging daarmee akkoord. Wellicht had Hunter Douglas deze oplossing nog kunnen completeren door deze ingeleverde vakantiedagen toe te kennen aan de werknemer die de afwezigheid van zijn rokende collega opvangt en dus in feite voor twee werkt. Tip: maak heldere afspraken over rookpauzes. |