Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


The American way


5 september 2001

Een Amerikaans ontslag door de bril van de Nederlandse rechter.


X is in 1971 in dienst getreden bij de VS op de Amerikaanse ambassade in Den Haag, in de functie van computerdeskundige. X functioneerde tot wederzijdse tevredenheid, tót 1997 toen een nieuwe cheffin, die zich bezig hield met vervanging van het computernetwerk, het functioneren van X als onvoldoende kwalificeerde. Dit heeft geleid tot een arbeidsconflict en vervolgens tot arbeidsongeschiktheid van X. X werd na zijn herstel niet tot het werk toegelaten. In januari 1999 heeft de VS de arbeidsovereenkomst met directe ingang opgezegd, en aan X een cheque doen toekomen met een vergoeding ad ƒ 137.724,00.

X vorderde daarop bij de kantonrechter te Den Haag een vergoeding ad ƒ 292.749,00. Hij legde aan zijn vordering ten grondslag dat het Nederlands recht van toepassing is en dat het hem gegeven ontslag als kennelijk onredelijk moet worden gekwalificeerd als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek. Daartoe stelde hij o.a. dat de VS hem ten onrechte had ontslagen, gelet op de langdurige en goede staat van dienst. De VS stelde zich op het standpunt dat Amerikaans federaal recht op de arbeidsovereenkomst van toepassing is, omdat partijen dat zouden zijn overeengekomen. Met betrekking tot de reden van ontslag stelde de VS dat zij er geen vertrouwen meer in had dat X, teruggekeerd na zijn arbeidsongeschiktheid, het niveau zou kunnen halen van het vernieuwde informatievoorzieningsysteem. Daar zij voorts geen andere passende functie voor X voorhanden had, is de VS overgegaan tot ontslag met toekenning van een naar Amerikaans recht billijke vergoeding.

De kantonrechter overwoog dat de vraag naar welk recht het geschil moet worden beslecht, zal worden beoordeeld naar Nederlands internationaal privaatrecht. Daarbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat partijen elkaar kunnen houden aan de door hen gemaakte contractuele rechtskeuze, tenzij die keuze onvoldoende aanknopingspunten biedt met de werkelijkheid. De VS beriep zich op de arbeidsovereenkomst, doch daarin staat enkel een passage, inhoudende dat de plaatselijke regelgeving niet van toepassing is, terwijl geen duidelijke keuze wordt gemaakt welk recht dan wèl van toepassing is. In dat geval is het recht van het land waar de arbeid wordt verricht (in casu Nederland) van toepassing.

De kantonrechter meende dat bij het ontslag rekening had moeten worden gehouden met de duur van het dienstverband en de afwezigheid van verwijtbaarheid bij X. Het gaat dan niet aan om een werknemer met ruim 27 dienstjaren van de één op de andere dag heen te zenden met een cheque, zonder inachtneming van de opzegtermijn en zonder hem de gelegenheid te geven en te steunen een andere baan te vinden. Een 57-jarige zoals X, die juist hersteld is van een arbeidsongeschiktheid en die kennelijk niet meer voldoende op de hoogte is van de nieuwe ontwikkelingen, komt toch niet gemakkelijk aan een soortgelijke betrekking. Het ontslag werd daarom aangemerkt als kennelijk onredelijk, en aan X werd, na aftrek van de reeds ontvangen vergoeding, een bedrag toegekend van ƒ 131.587,02.

Tip: Aan beëindiging van een arbeidsovereenkomst tegen de wil van de werknemer hangt vaak een prijskaartje. Eenzijdige ‘afkoop’ van een arbeidsovereenkomst is in Nederland echter niet aan de orde.