Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtVerstrekken informatie over studieschuld aan nieuwe werkgever door oude werkgever onrechtmatig.5 december 2007 Een oud-werknemer van Kluwer treedt op enig moment elders in dienst. De werknemer had bij Kluwer een opleiding gevolgd die hij voor 50% zou terugbetalen bij vertrek. Bij zijn nieuwe werkgever doet de werknemer het voorkomen alsof hij de kosten van de studie volledig moet terugbetalen. Hij krijgt daarop een lening voor deze aflossing. Op enig moment stuurt Kluwer, op verzoek van de nieuwe werkgever, aan deze een kopie van de studieovereenkomst en geeft zij informatie over de inhoud daarvan. Daarop wordt de werknemer op staande voet ontslagen. De werknemer vordert vervolgens (in reconventie) schadevergoeding van Kluwer omdat zij in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens en artikel 7:611 Burgerlijk Wetboek privégegevens aan de nieuwe werkgever heeft verstrekt en aldus onrechtmatig heeft gehandeld. In hoger beroep neemt Hof 's-Gravenhage op 16 februari 2007, veronderstellenderwijs, aan dat Kluwer onrechtmatig heeft gehandeld en de schade van de werknemer moet vergoeden. Daarbij is, aldus het hof, artikel 6:101 BW van toepassing, op grond van welk artikel elke partij dìe schade moet dragen die aan hem/haar kan worden toegerekend. Dit uitgangspunt brengt mee, zo overweegt het hof, dat 25% van de schade aan Kluwer moet worden toegerekend en 75% aan de werknemer. Ook de 25% hoeft Kluwer echter niet te betalen omdat het hof hier een billijkheidscorrectie op toepast (eveneens via artikel 6:101 BW) en oordeelt dat, in aanmerking genomen de aard, ernst en verwijtbaarheid van de wederzijdse bijdragen, de werknemer zijn schade volledig zelf moet dragen. Juridisch gezien valt op deze uitspraak niets af te dingen. Jammer is alleen wel dat het schenden van de privacyverplichtingen op geen enkele wijze wordt gesanctioneerd. Kennelijk worden deze als weinig zwaarwegend aangemerkt als de werknemer een verwijt van zijn gedrag kan worden gemaakt. Is dat niet het geval, dan kan het oordeel anders uitvallen, zo blijkt uit de uitspraak van de Kantonrechter Eindhoven van 24 maart 2005 (JAR 2006/91). In die zaak moest werkgever B. € 22.185,- aan zijn oud-werknemer vergoeden, omdat B. uit eigen beweging aan de werkgever bij wie de werknemer had gesolliciteerd, telefonisch negatieve informatie over de werknemer had doorgegeven. Daarop ging de nieuwe baan niet door. De kantonrechter oordeelde dat B. onrechtmatig had gehandeld door in het telefoongesprek met de nieuwe werkgever te zinspelen op verdenkingen en zo vragen over de werknemer uit te lokken, en dat B. dat ook beseft moet hebben. B. moest daarom de inkomsten vergoeden die de werknemer ontvangen zou hebben als hij de baan wel had gekregen. Soms wordt het recht op bescherming van persoonsgegevens dus wel door de rechter gerespecteerd en gesanctioneerd. Daarbij weegt echter zwaar mee of de werknemer een verwijt van zijn gedrag valt te maken. Is dat het geval, dan wordt onrechtmatig verkregen bewijs redelijk gemakkelijk gerespecteerd. Is dat niet het geval, dan valt de afweging veel sneller in het voordeel van de werknemer uit. |