Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtVerzwijgen van lichamelijke klachten bij sollicitatie6 januari 2000 In geval van ziekte heeft een werknemer gedurende minimaal 52 weken recht op doorbetaling van minimaal 70% van zijn salaris. Hij zou dit recht kunnen verspelen indien de ziekte het gevolg is van een gebrek waarover hij in het kader van een aanstellingskeuring valse informatie heeft verstrekt en daardoor de toetsing aan de voor de functie opgestelde belastbaarheidseisen niet juist kon worden uitgevoerd.De rechtbank te Rotterdam oordeelde dat het verzwijgen van lichamelijke klachten tijdens de sollicitatie tot gevolg kan hebben dat de werknemer, indien deze ziek wordt, geen aanspraak kan maken op doorbetaling van loon. In het betreffende geval had de werkneemster, een allround verkoopster, verzwegen dat zij rugklachten had als gevolg waarvan zij niet zwaar kan tillen en bovendien niet lang achtereen kan staan. Kort na de aanvang van het dienstverband meldde zij zich ziek. De werkgever weigerde loon door te betalen omdat de arbeidsongeschiktheid reeds bestond op het moment van indiensttreding en zij hierover niets heeft medegedeeld tijdens de sollicitatieprocedure. Er had geen aanstellingskeuring plaatsgevonden. De rechter was van mening dat de vordering van de werkneemster tot doorbetaling van loon moest worden afgewezen omdat de werkneemster haar klachten tijdens de sollicitatieprocedure had moeten melden. Zij had haar werkgever moeten mededelen dat er een aanmerkelijke kans bestond dat zij de functie van verkoopster als gevolg van haar klachten niet zou kunnen uitvoeren. Het standpunt van de werkneemster, dat de wet slechts bepaalt dat werknemers die bij een aanstellingskeuring valse informatie verstrekken geen recht hebben op doorbetaling van loon en dat hier in haar geval dus geen sprake van was, werd door de rechtbank niet overgenomen. De bedoeling van de wet is dat een sollicitant niet gehouden is informatie te verstrekken over zijn gezondheid op punten die voor de vervulling van de functie niet rechtstreeks van belang zijn. In het geval van deze werkneemster gaat het juist om beperkingen die het vervullen van de functie verhinderen. Om deze reden, alsmede omdat de werkneemster al kort na de aanvang van het dienstverband uitviel, acht de rechtbank het niet redelijk en billijk dat de werkneemster jegens de werkgeefster aanspraak kon maken op doorbetaling van loon. |