Deeltijd WW (deel 2)
6 mei 2009
Vorige keer berichtten wij u over de regeling van deeltijd-WW. Over diverse aspecten van de regeling bestaat nog onduidelijkheid. De onduidelijkheid had onder andere betrekking op de door de vakbonden gestelde eisen. Een en ander is echter steeds meer uitgekristalliseerd.
Onlangs liet de Stichting van de Arbeid weten dat vakbonden het verzoek tot deeltijd-WW niet mogen afwijzen, enkel en alleen omdat de werkgever het loon van werknemers niet wil aanvullen tot honderd procent. Anderzijds geldt dat werkgevers de mogelijkheid van loonaanvulling niet op voorhand kunnen afwijzen. Tussen werkgevers en vakbonden dienen afspraken gemaakt te worden en gekeken dient te worden naar het totaalpakket. Er dient een evenwichtige afweging gemaakt te worden tussen de economische positie waarin het bedrijf verkeert en de mogelijke consequenties voor werknemers.
De wijze waarop een werknemer pensioen opbouwt, blijft intact voor het gedeelte dat de werknemer nog werkzaam is. Voor het gedeelte dat de werknemer in deeltijd-WW zit, is dit afhankelijk van de met de werknemersvertegenwoordiging gemaakte afspraken. Ten aanzien van de opbouw van vakantierechten geldt dat de werknemer ook aanspraak op vakantie verwerft (in ieder geval de wettelijke vakantierechten) over de niet-gewerkte uren aangezien hij in dat geval tegen zijn wil in niet in staat is om de overeengekomen arbeid te verrichten. Bij ziekte van de werknemer loopt de deeltijd-WW de eerste dertien weken door. Daarna eindigt het recht op WW als gevolg van ziekte en is de werkgever conform de normaal geldende regels verplicht het loon door te betalen. De WW-rechten van de werknemer worden in deeltijd-WW opgesoupeerd. Echter over de uren dat in de deeltijd-WW wordt gewerkt behoudt de werknemer zijn rechten en bouwt hij nieuwe rechten op. Als de werknemer na afloop van de deeltijd-WW voor 26 weken volledig werkzaam is geweest, zijn de rechten al weer hersteld.
Een werkgever kan slechts eenmaal een aanvraag tot deeltijd-WW indienen. Het is dus niet mogelijk eerst voor twee werknemers deeltijd-WW aan te vragen en daarna voor twee andere werknemers. De aanvraag kan maximaal vier weken voor ingang van de deeltijd-WW worden ingediend. Eerdere aanvragen worden niet in behandeling genomen. Voorts is het mogelijk om verschillende deeltijd-WW-percentages toe te passen voor verschillende werknemers. De aanvraag van de uitkering hoeft niet door de werknemer zelf te worden gedaan. Inmiddels is geregeld dat een werkgever deze voor zijn werknemers kan aanvragen. Daarvoor is een machtiging van de werknemer vereist. De werkgever ontvangt dan de uitkering, hetgeen voor de werknemer als voordeel heeft dat het salaris op de gebruikelijke wijze wordt uitbetaald. Voor wat betreft de toets of de werknemer zijn overeengekomen uren gedurende de periode van deeltijd-WW heeft gewerkt, wordt gekeken naar de gemiddelde omvang over een periode van vier weken. Voor een werknemer met een werkweek van veertig uur en een deeltijd-WW-percentage van vijftig procent, is het derhalve mogelijk dat hij de ene week dertig uur werkt en de week erna tien uur. Als het gemiddelde over de periode van vier weken maar twintig uur is.
Tip: Er waren bij de introductie van de deeltijd-WW directe onduidelijkheden, en die zijn nog steeds niet allemaal weggenomen. Maar al met al vormt de deeltijd-WW inmiddels een aantrekkelijke maatregel om een gezond bedrijf door zware tijden heen te loodsen.