Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtGeen recht op rookvrije werkplek!?6 juni 2007 15 Mei jl. oordeelde de kantonrechter te Groningen in kort geding in de navolgende kwestie. Werknemer is sedert 1988 bij Holland Casino (‘HC’) te Groningen in dienst, laatstelijk in de functie van Tablemanager Tafelspelen. De functieomschrijving vermeldt als bezwarende omstandigheid (onder meer) hinder van werken bij kunstlicht en benauwende (rook-) en warme omstandigheden. M.i.v. 1 januari 2004 verplicht de Tabakswet werkgevers om werknemers in staat te stellen de werkzaamheden te verrichten zonder hinder of overlast van het roken van anderen. Bij Ministerieel Besluit zijn horeca-inrichtingen daarvan uitgesloten. HC valt onder deze vrijstelling. Werknemer kampt al geruime tijd met luchtweg- en longklachten. Nadat hij hierdoor arbeidsongeschikt is uitgevallen oordeelt de bedrijfarts dat het werken in een rokerige omgeving een beperking oplevert in de belastbaarheid van de werknemer. De behandelend longarts oordeelt dat tussen de astma en het werk een relatie aanwezig lijkt te zijn en dat het voor de werknemer van belang is om tabaksrook te vermijden. Het deskundigenoordeel van het UWV luidt dat de bedongen arbeid een passend aanbod van de werkgever is. Verder biedt HC de werknemer aan om (tijdelijk) de functie van spelobservant in Leeuwarden uit te oefenen in een rookvrije ruimte. De werknemer is echter van mening dat de benauwende rokerige omstandigheden gelet op zijn gezondheidsklachten een belemmering vormen om zijn werkzaamheden normaal te kunnen doen. Op grond van art.7:658 BW en art. 3 van de Arbo-wet rust op de werkgever de zorgplicht dat de werknemer geen gezondheidsschade oploopt, en wanneer werkgever tekort schiet is hij aansprakelijk voor deze gezondheidsschade. Daarbij beroept werknemer zich op een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem uit september 2006 waarbij een ziekenhuis te Zwolle (voor 50%) aansprakelijk werd geoordeeld voor gezondheidsklachten van een medisch secretaresse t.g.v. blootstelling aan sigarettenrook van twee artsen die daar werkten (zgn. meeroken). Werknemer vordert van HC dat hij een algeheel rookverbod invoert, m.u.v. een daartoe aangewezen rokersruimte. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat HC niet tekortschiet in zijn zorgplicht door zich op eerdergenoemd Min. Besluit te beroepen. HC heeft een rechtens te respecteren belang, te weten zijn economische positie t.o.v. zijn concurrenten. Bij dit economisch belang oordeelt de kantonrechter dat art. 7:658 BW geen absolute waarborg beoogt te bieden tegen gevaren op de werkplek. De werknemer heeft destijds bewust voor zijn functie bij HC gekozen, wetende dat er veel wordt gerookt en dat hij dus enige overlast zal moeten accepteren. Voorts weegt mee dat werknemer weliswaar hinder heeft van het passief meeroken maar dat de gevolgen met medicatie zijn te onderdrukken en dat werknemer sinds werkhervatting niet meer ziek is geworden. Verder verwijst de kantonrechter werknemer naar de aangeboden functie in Leeuwarden die geheel rookvrij is. Aansprakelijkheid van HC voor eventuele optredende gezondheidsschade valt buiten het bestek van onderhavige procedure, oordeelt de kantonrechter tenslotte en hij wijst de vorderingen van de werknemer daarom af. Tip: Dit kan wel eens een Pyrrusoverwinning voor HC zijn. In een andere procedure kan HC aansprakelijk worden geoordeeld voor de (nog op te treden) gezondheidsschade. |