Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


De gouden handdruk onder druk


6 juli 2000

De kansen op de arbeidsmarkt worden steeds meer van belang bij de bepaling van de hoogte van de aan een werknemer toe te kennen ontslagvergoeding.


Om de gevolgen van het ontslag voor een werknemer te verzachten kunnen de werkgever en de werknemer in onderling overleg afspreken dat de werkgever een bepaald geldbedrag aan de werknemer zal betalen. Indien er overeenstemming wordt bereikt over het ontslag en over de vergoeding dan wordt dit veelal vastgelegd in een ‘beëindigingsovereenkomst’.

Van belang bij de bepaling van de hoogte van de aan de werknemer te betalen vergoeding kan onder meer zijn of de werknemer al dan niet concrete vooruitzichten heeft op een ander dienstverband. Als dit het geval is dan is er bijvoorbeeld geen aanleiding om hem een ontslagvergoeding toe te kennen die zou dienen als aanvulling op een na het ontslag te genieten werkloosheidsuitkering.

Niet geheel zeker is of er een spreekplicht rust op de werknemer terzake van het bestaan van perspectief op een nieuwe baan. In een zaak die speelde te Rotterdam was de kantonrechter van mening dat de betreffende werknemer onbehoorlijk jegens zijn werkgever had gehandeld door van het aanvaarden van een gelijkwaardige baan elders geen melding te maken. De werknemer kon daarom geen uitbetaling meer vragen van de overeengekomen vergoeding. De kantonrechter te Groenlo vond in een vergelijkbaar geval echter dat de werkgever er maar navraag naar had moeten doen.

Indien een arbeidsovereenkomst niet in onderling overleg kan worden beëindigd, bijvoorbeeld als partijen er niet uit komen voor wat betreft de eventuele ontslagvergoeding, dan kan het zijn dat de zaak voor de rechter komt. De rechter kan, indien deze tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst besluit, een vergoeding vaststellen. In een zaak die diende voor de kantonrechter te Dordrecht was aan de werknemer een bepaalde vergoeding toegekend. Na de procedure bleek evenwel dat de werknemer ten tijde van de rechtszitting had verzwegen dat hem op dat moment al een concreet aanbod was gedaan door een nieuwe werkgever. De ex-werkgever wendde zich vervolgens opnieuw tot de rechter en eiste dat de opgelegde vergoeding zou worden teruggedraaid. Terecht, zo oordeelde de rechter. Tijdens de rechtszitting had de werknemer moeten mededelen dat het vooruitzicht op een andere baan concreet was.

Naast de concrete perspectieven op een nieuwe baan lijkt er zich voorts de tendens voor te doen dat de kansen op de arbeidsmarkt in zijn algemeenheid een grotere rol gaan spelen bij de bepaling van de hoogte van de eventuele aan de werknemer toe te kennen ontbindingsvergoeding. Uit de statistieken blijkt dat rechters de laatste tijd minder scheutig worden met toekenning van relatief hoge vergoedingen. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de huidige situatie op de arbeidsmarkt, waarin de kans op langdurige werkloosheid minder groot is.

Tip: Vraag de werknemer, ten tijde van onderhandelingen over een ontslagvergoeding, expliciet naar zijn concrete vooruitzichten op een andere baan en leg dit schriftelijk vast. En als er niet (meer) wordt onderhandeld en men bevindt zich in een gerechtelijke procedure dan is het, om de ontbindingsvergoeding te drukken, wellicht zinvol om de rechter te laten zien welke kansen op de arbeidsmarkt de betreffende werknemer zoal heeft.