Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


Is een strafrechtelijke veroordeling grond voor ontslag uit de dienstbetrekking?


6 december 2006

Hierover oordeelde net een maand geleden de kantonrechter te Rotterdam. Het betrof een werknemer in dienst als Area Equipment Coordinator bij Maersk Benelux B.V., het wereldwijd opererende (container) transport-/overslagbedrijf. Werknemer werd op 1 maart 2005 op zijn werk aangehouden op verdenking van een misdrijf en heeft tot 2 september 2005 in voorlopige hechtenis gezeten, gedurende welke periode aan hem door werkgeefster geen loon is doorbetaald. Vanaf 23 november 2005 heeft de werknemer zijn werkzaamheden hervat nadat was gebleken dat de strafzaak langer op zich zou laten wachten. Bij strafrechtelijk vonnis van 22 juni 2006 is de werknemer veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden wegens betrokkenheid bij een criminele organisatie terzake van drugshandel in het buitenland. De werknemer heeft deze betrokkenheid ontkend en is tegen het vonnis in hoger beroep gegaan. Werkgeefster heeft vervolgens bij genoemde kantonrechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer ingediend.

De kantonrechter overweegt dat vanwege het hoger beroep niet middels een onherroepelijk strafvonnis vast staat dat werknemer bij een criminele organisatie is betrokken. Een ontbindingsprocedure leent zich niet voor een uitvoerig onderzoek dienaangaande zodat een dringende reden voor ontbinding niet kan worden vastgesteld. Werknemer is echter in zijn werkzaamheden direct betrokken bij de beschikbaarheid van lege containers bij klanten en heeft inzage in de locatie van alle containers. Gegeven de aard van het bedrijf en de positie van de werknemer daarin, kan dan ook van werkgeefster redelijkerwijze niet worden verlangd de arbeidsovereenkomst in stand te houden. Werkgeefster treft geen enkel verwijt terzake van de noodzaak tot ontbinding. Deze ligt geheel in de risicosfeer van de werknemer. Komt echter vast te staan dat de werknemer wordt vrijgesproken dan kan – achteraf – worden vastgesteld dat ook de werknemer geen (strafrechtelijk) verwijt kan worden gemaakt. Blijft wel over dat hij zijn werkgeefster niet voldoende heeft geïnformeerd over het verloop van de strafprocedure. Om deze redenen komt de werknemer een vergoeding toe ter hoogte van C = 0,5 (EUR 26.500,- bruto). Deze vergoeding wordt voorwaardelijk toegekend voor het geval de werknemer per onherroepelijke uitspraak zal zijn vrijgesproken van hetgeen waarvoor hij is vervolgd en veroordeeld.

Tip: Jaarlijks ondergaan duizenden werknemers voorlopige hechtenis of een gevangenisstraf met werkverzuim tot gevolg, hetgeen op grond van het adagium ‘geen arbeid, geen loon’ voldoende grond oplevert om loondoorbetaling te staken. Ontslag is echter op grond van vaste rechtspraak niet zonder meer gerechtvaardigd. Indien de werknemer stelt dat hem geen verwijt te maken valt van het verzuim, dat hij onschuldig is en zonder voldoende grond gearresteerd is, terwijl nog niet (onherroepelijk) zijn schuld in rechte is vastgesteld, staan verwijtbaarheid en toerekenbaarheid van de detentie niet vast en zal het enkele werkverzuim in beginsel niet een ontslag rechtvaardigen.