Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtWerkgever niet aansprakelijk voor schizofrenie7 maart 2007 Werknemer Michiel is op 1 april 1999 bij verzekeraar De Friesland in dienst getreden als cliëntenadviseur. In juni 2002 is er kritiek geuit op zijn functioneren. In september 2002 is hij overgeplaatst naar een andere vestiging na klachten over het nemen van te lange pauzes, te laat komen en te vroeg weggaan en meer in het algemeen over zijn functioneren. Op 7 oktober 2002 heeft hij een schriftelijke waarschuwing gekregen. Op 29 januari 2003 heeft Michiel, tijdens een gesprek met zijn leidinggevende, een zenuwinzinking gekregen. Vanaf april 2003 is hij, mede door een verkeersongeval, arbeidsongeschikt. In mei 2003 heeft hij zich onder behandeling van een psychiater gesteld die in juli 2003 het vermoeden van o.m. psychotische symptomen uitspreekt richting werkgever. (In november 2004 verklaart deze dat sprake is van schizofrenie en dat de problematiek al enige maanden vòòr het intakegesprek was begonnen.) Per 1 september 2003 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen in overleg (d.m.v. een z.g. beëindigingovereenkomst) ontbonden door de kantonrechter. De werknemer stelt nu dat de beëindigingovereenkomst nietig is omdat hij toen op voor de werkgever kenbare wijze zijn wil niet kon bepalen. Zijn psychische aandoening is het gevolg van de blootstelling aan de terreur van zijn direct leidinggevende, die hem onder onverantwoorde psychische druk heeft gezet, waarvoor De Friesland aansprakelijk is. De ziekte schizofrenie is erfelijk bepaald en wordt manifest door exogene factoren als psychische en sociale factoren i.c. de stelselmatig door diens chef opgevoerde psychische druk. De werkgever had volgens hem bovendien de signalen die duidden op schizofrenie moeten onderkennen gegeven diens vele eigenaardige reacties en absenties. De werkgever betwist alles en stelt dat hij de werknemer op zijn disfunctioneren mocht wijzen en daarbij niet onzorgvuldig of onrechtmatig heeft gehandeld. Naar het oordeel van de kantonrechter te Leeuwarden d.d. 12 december 2006 stond het de werkgever vrij om de werknemer aan te spreken op de over hem geuite klachten. De werknemer heeft ook niet geprotesteerd tegen die klachten. De beweerde terreur van de direct leidinggevende is op geen enkele manier aannemelijk gemaakt. De overplaatsing naar een ander kantoor was niet disproportioneel. De werkgever kan daarom geen tekortschieten worden verweten. De rechter is voorts van mening dat het voor de werkgever niet kenbaar was dat de werknemer aan schizofrenie leed. Zelfs de behandelend psychiater heeft dat pas een jaar nadat de werknemer bij hem onder behandeling kwam, vastgesteld. Vaststaat dat de werkgever zijn bedrijfsarts heeft ingeschakeld. Meer kon van de werkgever niet verwacht worden. Het verzoek om een verklaring voor recht dat de beëindigingovereenkomst vernietigd is, is niet toewijsbaar. Tip: Soms kan het zijn dat het afkeurenswaardige gedrag van een werknemer is gelegen in een ziekte die door niemand als zodanig wordt onderkend en die pas achteraf blijkt. Een werkgever moet daarop bedacht zijn want hij mag onmogelijk op een zelfde hardvochtige rechter rekenen. |