Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtPesten op het werk en ander ongewenst gedrag op de werkvloer7 april 2004 In België deed zich vorig jaar de aldaar in de publiciteit breed uitgemeten strafrechtelijke veroordeling voor van een zestal medewerkers van de Belgische Post en het bedrijf zelf wegens ernstige pesterijen van een collega dan wel het niet ingrijpen daartegen. Die pesterijen waren zo erg dat de betrokken werknemer zelfmoord pleegde. Een zo schrijnend geval als dit heeft zich in Nederland bij ons weten niet voorgedaan. Maar pesten op het werk is natuurlijk ook in Nederland geen onbekend fenomeen. Recent onderzoek geeft zelfs aan dat 15% van de werknemers in Nederland slachtoffer is van ongewenst gedrag op het werk, waaronder wordt verstaan pesten, treiteren, intimidatie, seksuele intimidatie, agressie en geweld. Ondanks dat het fenomeen op zo grote schaal in Nederland plaatsvindt, bestaan daarvoor bij ons nauwelijks regels. Naast de in ons Burgerlijk Wetboek neergelegde normen van ‘goed werkgeverschap’ en ‘goed werknemerschap’, staat er in de Arbo-wet een abstracte algemene zorgverplichting: de werkgever moet zorgen voor zoveel mogelijk bescherming tegen dergelijk ongewenst gedrag. Bovendien geeft de Arbo-wet de werkgever de opdracht om binnen zijn algemene arbeidsomstandighedenbeleid op dit punt specifiek beleid te voeren. Dit alles is weinig specifiek en weinig dwingend en biedt de werkgever nauwelijks enig houvast. Onze zuiderburen zijn daarin veel concreter te werk gegaan, en wel middels de zogenaamde Pestwet (Wet van 11 juni 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en onge-wenst seksueel gedrag op het werk). De werkgever moet met het oog op ongewenst gedrag allerlei preventiemaatregelen nemen. Tevens moet hij procedures vaststellen waardoor ongewenst gedrag op het werk daadwerkelijk wordt onderzocht en die bepalen hoe het slachtoffer de nodige hulp en ondersteuning zal krijgen. Voorzien moet worden in vertrouwenspersonen en zogenaamde preventieadviseurs. De wet richt zich ook explicieter tot de werknemers in die zin dat hen de verplichting wordt opgelegd om zich te onthouden van ongewenst gedrag en in hun werkomgeving alert te zijn op voorkoming van ongewenst gedrag. Zodra er een formele klacht is ingediend wordt de bewijslast omgedraaid en genieten werknemers een bijzondere bescherming tegen ontslag. Een werknemer die ontslagen wordt of is om redenen die verband houden met de klacht (het Belgische arbeidsrecht kent geen preventieve ontslagtoets zoals wij die kennen in het BBA 1945) kan zelfs zijn reïntegratie vragen aan de rechter (vergelijk onze vordering tot herstel van de dienstbetrekking na kennelijk onredelijke opzegging). Tip: in het kader van de op grond van de Arbo-wet verplichte risico-inventarisatie dient u aandacht te schenken aan ongewenst gedrag, maar concrete aanknopingspunten biedt de Arbo-wet helaas niet. Wilt u in uw bedrijf of instelling het tegengaan van ongewenst gedrag op de werkvloer gestalte geven, dan zou u wellicht te rade kunnen gaan bij onze zuiderburen. Zie bijvoorbeeld www.prevent.be, http://europe.osha.eu.int alsook http://meta.fgov.be/pdf/pd/nldd35.pdf. |