Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


Het relatiebeding


7 december 2005

Zoals bekend wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel tot wijziging van het concurrentiebeding.

Volgens het voorstel is zo’n beding alleen geldig als de werkgever zich heeft verplicht een billijke vergoeding te betalen voor iedere maand dat de beperking duurt. Een beding waarbij de werkgever de werknemer verbiedt om na het einde van de arbeidsovereenkomst de klanten van de werkgever te benaderen (een relatiebeding) valt volgens het voorstel niet onder de regeling van het concurrentiebeding. Het relatiebeding zal daarom aan populariteit kunnen gaan winnen. In de rechtspraak was een dergelijk beding onlangs twee keer aan de orde.

Tussen twee advocaten en hun werkgever waren ‘reguliere’ concurrentiebedingen overeengekomen, inhoudende dat het hen gedurende twee jaar na beeindiging van het dienstverband verboden was om in Zeeland als advocaat werkzaam te zijn. De werknemers wilden ontslag nemen en in Zeeland voor zichzelf beginnen. Zij stelden de werkgever voor om het concurrentiebeding om te zetten in een relatiebeding inhoudende dat zij gedurende twee jaren na beëindiging van het dienstverband niet zouden werken voor cliënten van de werkgever die zij gedurende de laatste twee jaren van hun dienstverband bedienden. De werkgever stemde hier niet mee in, waarop de werknemers in rechte vernietiging dan wel matiging van het concurrentiebeding vorderden. Het gerechtshof te De Haag stelde vast dat de werknemers al jaren waren uitgesloten van de bedrijfsvoering en zich alleen nog met hun eigen praktijk bezig hielden zodat zij geen informatie meer kregen over als concurrentiegevoelig aan te merken zaken als het commerciële beleid, kostenopbouw, etc. Wat over was gebleven, was de kennis van hun eigen klantenbestand terzake waarvan een relatiebeding werd aangeboden. Het hof bepaalde daarom dat het concurrentiebeding moest worden omgezet in een relatiebeding.

Tussen een ingenieur en zijn werkgever Procos was een relatiebeding overeengekomen dat de ingenieur verbood om binnen een jaar na het einde van het dienstverband werkzaam te zijn voor relaties waarvoor hij gedurende het laatste jaar voor de beeindiging bij de werkgever werkzaam was. De werknemer werd door zijn werkgever gedetacheerd bij ABB alwaar hij onderdeel uitmaakte van een team dat voor Nutricia een productieproces moderniseerde. Nutricia had deze opdracht verstrekt aan GTI Proces dat GTI Rotterdam inschakelde voor genoemde werkzaamheden. ABB had de werknemer via GTI Rotterdam beschikbaar gesteld aan GTI Proces. Vervolgens trad de werknemer in dienst van GTI Rotterdam en bleef voornoemde werkzaamheden in genoemd team verrichten. Procos vorderde op grond van het relatiebeding dat het de werknemer verboden werd deze werkzaamheden te verrichten. De kantonrechter te Gouda oordeelde, dat weliswaar ABB als relatie van Procos aangemerkt moest worden, maar dat onder het relatiebeding niet óók de relaties van ABB werden verstaan. Er was daarom geen sprake van schending van het beding.

Tip: Een relatiebeding heeft het voordeel boven een concurrentiebeding dat de rechter dat beding minder snel buiten werking pleegt te stellen. Ook gezien de toekomstige wetgeving adviseren wij u een relatiebeding aan te gaan, naast of in plaats van het ‘reguliere’ concurrentiebeding.