Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


Overval op geldtransporteur bij ABN-AMRO geldautomaat: werkgever Brink’s aansprakelijk


8 februari 2006

Drie kwartier lang probeerde de geldloper van Brink’s in de onbemande serviceruimte de geldautomaat van ABN-AMRO in het winkelcentrum van Schiedam bij te vullen. Deze bevindt zich in een uitbouw (zonder verdieping) met houten dak. Omdat er problemen waren met de software lukte het de werknemer steeds maar niet de automaat bij te vullen. Op het moment dat er besloten werd de pogingen te staken en de werknemer rechtsomkeert maakte, kraakte het dak boven zijn hoofd en zag hij dat iemand zijn arm naar binnen stak met in zijn hand een pistool dat op hem gericht werd. Deze persoon eiste geld en schoot de ongelukkige werknemer onder meer in zijn linkerarm. Die stelde op grond van artikel 7:658 BW zijn werkgever Brink’s aansprakelijk voor zijn schade. Deze bepaling verplicht ‘de werkgever de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin deze de arbeid doet verrichten’ zo veilig mogelijk in te richten om schade van de werknemer te voorkomen.

Op 23 december 2005 heeft het Gerechtshof ’s-Gravenhage zich over deze zaak in hoger beroep gebogen. De vraag was natuurlijk vooral of Brink’s in haar zorgverplichting op grond van artikel 7:658 BW tekort geschoten is nu het niet om een eigen werklocatie ging. Het Hof overweegt dat ‘gelet op het grote risico dat een geldautomaat doelwit is van een (gewapende) overval van Brink’s mocht worden verwacht dat zij, voordat zij het contract met ABN-AMRO aanging, controleerde of de geldautomaat en de serviceruimte voldoende beveiligd waren.’ Naar het oordeel van het Hof moeten er aan een dergelijke controle hoge eisen worden gesteld.

De conclusie van het Hof is dat Brink’s in haar verplichtingen als bedoeld in artikel 7:658 BW is tekortgeschoten. Dat Brink’s bouwtekeningen heeft opgevraagd en de bouwtechnische staat van de kluisruimte heeft goed bevonden, doet hieraan niet af. Het Hof overweegt dat de geldautomaat zich niet in een bankgebouw bevindt en dat de bemoeienis van ABN-AMRO met de locatie zeer beperkt is. Zo waren er geen medewerkers van de bank werkzaam. Brink’s is niet bedacht geweest op de kwetsbaarheid van het dak, terwijl zij dat wel had moeten zijn. Bij een juiste controle had immers opgemerkt moeten worden dat het dak, dat direct uitkwam op de serviceruimte, mogelijk een zwakke plek was. Van Brink’s mocht verwacht worden dat zij onderzoek zou plegen met betrekking tot de constructie en het materiaal van het plafond en het dak in verband met de vraag of via die weg gemakkelijk toegang kon worden verkregen tot de serviceruimte.

Dit alles betekent dat Brink’s aansprakelijk is als werkgever voor de gevolgen van de overval op de werknemer in de (onbemande) ABN-AMRO-ruimte.

Tip: De les die het Hof leert is dat de zorgplicht van de werkgever voor de veiligheid van de werknemer verder reikt dan “de eigen lokalen, werktuigen en gereedschappen”. Als uw werknemers buiten de schoot van de eigen locatie/werkplek hun werk elders verrichten behoudt de werkgever in principe de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van zijn werknemers elders. Hij moet dus in dit opzicht verder kijken dan zijn neus lang is.