Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtHis past is your future.9 januari 2008 Banken en verzekeraars moeten tegenwoordig hun personeel in integriteitsgevoelige functies laten screenen en hen desgewenst een integriteitsverklaring verstrekken. Na dertig jaar dienstverband werd de arbeidsovereenkomst met een districtsdirecteur van ABN AMRO ontbonden onder toekenning van een vergoeding van € 770.000 bruto. ABN AMRO verstrekte aan de districtsdirecteur een positief getuigschrift; de werkzaamheden waren 'naar volle tevredenheid verricht'. Vervolgens trad deze werknemer in dienst bij Fortis onder de ontbindende voorwaarde dat ABN AMRO een integriteitsverklaring zou verstrekken op basis van de integriteitscode, zoals overeengekomen tussen de Nederlandse Vereniging van Banken. ABN AMRO weigerde deze te verstrekken, onder meer omdat de ex-werknemer ten opzichte van zijn medewerkers 'de menselijke maat uit het oog verloren had, waardoor een aantal van hen beschadigd was geraakt'. Daarnaast stelde 'de' bank dat de ex-werknemer hem tijdens de onderhandelingen over zijn afvloeiingsregeling op ongeoorloofde wijze had getracht onder druk te zetten, terwijl toen ook was gebleken dat de werknemer vele bedrijfsdocumenten thuis had liggen, die eerst werden ingeleverd nadat er met ontslag op staande voet werd gedreigd. Fortis stelde zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst door vervulling van de ontbindende voorwaarde op 2 augustus 2005 van rechtswege was geëindigd en verzocht zekerheidshalve om een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De Rotterdamse Kantonrechter ontbond op 28 oktober 2005 de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk per 1 december 2005 onder toekenning van een voorwaardelijke vergoeding van € 67.500 bruto. In de bodemprocedure concludeerde de Rotterdamse Kantonrechter op 5 september 2006 dat Fortis geen beroep op de ontbindende voorwaarde had mogen doen. De kantonrechter meende dat het feit dat de ex-werknemer zich 'verre van geliefd heeft gemaakt' nog geen reden was om te twijfelen aan zijn professionele integriteit. Het woord 'integriteit' in de integriteitscode binnen het bankiersbedrijf refereert aan eigenschappen als eerlijkheid en betrouwbaarheid binnen de uitoefening van dat bedrijf en ziet niet op de omgang met collega's, aldus de kantonrechter. Laatstgenoemde hanteerde een beperkte uitleg van het begrip 'integriteit' en wees onder meer een loonvordering toe van ruim € 51.000 bruto nu de arbeidsovereenkomst met Fortis had voortgeduurd tot 1 december 2005. Daarna stelde de ex-ABN AMRO-medewerker ook ABN AMRO aansprakelijk voor de schade die hij had geleden in verband met het eindigen van zijn (kortstondige) nieuwe carrière bij Fortis. De Kantonrechter Amsterdam concludeerde op 15 augustus 2007 dat ABN AMRO onrechtmatig had gehandeld en wees bijna € 700.000 bruto (!) toe onder meer voor de vermogensschade bestaande uit gemiste inkomsten uit de arbeid, alsmede een bedrag aan immateriële schade. ABN AMRO krijgt een dure rekening gepresenteerd voor het feit dat hij in tegenstelling tot de Rotterdamse kanton-rechter een ruime uitleg gaf aan het begrip 'integriteit'. |