Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtVerkeersboetes niet op werknemer verhaalbaar10 mei 2001 De Belastingkamer van de Hoge Raad heeft op 3 januari jl. uitspraak gedaan over de positie van de werkgever die door zijn werknemer begane lichte verkeersovertredingen voor eigen rekening neemt.Het ging om een transportonderneming die ongeveer honderd vrachtwagens op de weg heeft die ieder jaarlijks gemiddeld 100.000 kilometer rijden. Onderweg wil er dan nog wel eens een auto betrapt worden op overtreding van de maximumsnelheid. Op grond van artikel 5 Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV) kan dan de kentekenhouder de boete worden opgelegd. In casu betrof het ƒ 2.780,- over vijf jaren. De transportonderneming heeft dit bedrag betaald en niet op haar chauffeurs verhaald. De Belastinginspecteur beschouwde het afzien van verhaal op de chauffeurs door de werkgever als het voor eigen rekening nemen van persoonlijke schulden van de chauffeurs, waardoor sprake is van het verstrekken van loon aan die werknemers, en heeft terzake een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd ad ƒ 10.756,00 (zonder verhoging). Het gerechtshof te Arnhem heeft dit standpunt van de inspecteur verworpen en de naheffingsaanslag op nihil bepaald. In cassatie betoogde de Staatssecretaris dat de transportonderneming op grond van de WAHV verplicht was om de door haar betaalde boetes te verhalen op haar chauffeurs/werknemers. De Hoge Raad zegt daarover niet alleen dat een dergelijke plicht niet bestaat maar tevens dat de WAHV überhaupt geen verhaalsrecht schept van de kentekenhouder op de bestuurder. De vraag of een kentekenhouder een aan hem ingevolge de WAHV opgelegde sanctie kan verhalen op de bestuurder die feitelijk het verkeersvoorschrift heeft overtreden wordt, volgens de Hoge Raad, beheerst door de regels van het burgerlijk recht, en het antwoord op die vraag is afhankelijk van de aard van de rechtsverhouding tussen kentekenhouder en bestuurder èn de overige omstandigheden van het geval. Is die rechtsverhouding een arbeidsovereenkomst, zoals in casu, dan geldt artikel 7:661 BW op grond waarvan de werkgever de aan hem of aan derden door de schuld van de werknemer bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst toegebrachte schade in beginsel zelf heeft te dragen. Dat geldt ook voor de schade als gevolg van aan de werkgever opgelegde administratieve sancties terzake van door de wetgever als betrekkelijk lichte overtredingen beschouwde gedragingen als bedoeld in de WAHV door een werknemer bij de uitvoering van zijn werkzaamheden gepleegd met een door de werkgever ter beschikking gesteld motorvoertuig. De Staatssecretaris had derhalve het nakijken. Tip: Het gaat hier alleen om betrekkelijk lichte verkeersovertredingen waarbij kennelijk geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid als bedoeld in artikel 7:661 BW. Schade immers die door opzet of bewuste roekeloosheid door de werknemer aan de werkgever of aan derden wordt toegebracht in de uitoefening van de werkzaamheden, kunnen dus wel degelijk door de werkgever op de werknemer worden verhaald. Kunnen werkgever en werknemer anders overeenkomen, bijvoorbeeld de afspraak maken dat alle verkeersovertredingen op de werknemer verhaalbaar zijn? Dit kan volgens lid 2 alleen als zo’n afspraak schriftelijk wordt overeengekomen en “slechts voor zover de werknemer te dier zake verzekerd is”. Niet dus. |