Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtGeluidsopnames zijn geldig bewijsmiddel13 april 2001 Engelbertink is ontevreden over de wijze waarop Installatiebedrijf De Baderie bij hem een badkamer heeft geplaatst. Na diverse correspondentie komen partijen ten huize van Engelbertink een schikking overeen. Zo’n schikking is juridisch te kwalificeren als een zogenaamde vaststellingsovereenkomst. Deze houdt in dat Engelbertink nog een bedrag ad ƒ 7500,- zal betalen aan De Baderie en dat de laatste een bepaald bedrag zal afboeken. Omdat Engelbertink deze vaststellingsovereenkomst niet nakomt, vordert De Baderie bij de kantonrechter alsnog het overeengekomen schikkingsbedrag op. Engelbertink betwist dat er aldus een schikking is totstandgekomen, waarna de kantonrechter De Baderie bewijs ervan opdraagt. De Baderie brengt daarop een geluidsbandje in geding waarop het gesprek met Engelbertink bij hem thuis is vastgelegd. Hieruit blijkt inderdaad van diens instemming met de schikking. De kantonrechter wijst de vordering van De Baderie dus toe. In hoger beroep klaagt Engelbertink erover dat de bandopname van het gesprek als bewijsmiddel ontoelaatbaar is nu dat bij hem thuis is gebeurd en hij daar niet zijn toestemming aan gegeven heeft, terwijl het evenmin tevoren is meegedeeld. De rechtbank Almelo overweegt terzake op 10 januari jl. het volgende: “Terecht geeft Engelbertink aan dat de Hoge Raad meermalen heeft overwogen dat zakenpartners er, met de huidige stand van de techniek, mee rekening moeten houden dat hun telefoongesprekken worden mee beluisterd dan wel opgenomen. In tegenstelling tot hetgeen Engelbertink stelt is naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval het maken van een opname van een zakelijk gesprek door degene die aan dat gesprek deelneemt, ook al vindt die opname, zonder toestemming of medeweten van de wederpartij in de privéwoning van die zakelijke relatie plaats, niet in strijd met het fundamentele recht van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zoals neergelegd in de artikelen 6 en 8 EVRM en van artikel 14 IVBPR. Immers, partijen die in een zakelijk dispuut zijn verwikkeld moeten, naar het oordeel van de rechtbank, er met de thans verder ontwikkelde stand van de techniek vanuit gaan dat hun gesprekken worden mee beluisterd en/of opgenomen. Verder is de rechtbank van oordeel dat, zoals uit het beluisteren van de band valt op te maken, alleen wordt gesproken over de uitvoering van het werk en de daaraan verbonden kosten; ergo de (verstaanbare) inhoud van de band betreft een bespreking met een geheel zakelijke inhoud. Openbaarmaking van de inhoud van het onderwerpelijke bandje aan de rechter in een civiele procedure maakt in dit geval geen inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en is evenmin uit anderen hoofde onrechtmatig. Anders zou het zijn indien de aard en de mate van intimiteit van hetgeen omtrent Engelbertink zou zijn vastgelegd en/of geopenbaard van dusdanig gewicht zou zijn dat de grens van het toelaatbare zou zijn overschreden. Echter, nu slechts sprake is van een puur zakelijk gesprek, ook al vindt dat in de privéwoning van Engelbertink plaats, doet zich dat geval naar het oordeel van de rechtbank hier niet voor.” De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Tip: Wees altijd op uw hoede dat (telefoon)gesprekken worden opgenomen, meebeluisterd of afgeluisterd. |