Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtAanpassing arbeidsduur18 februari 2000 Op 1 juli a.s. zal de nieuwe Wet Aanpassing Arbeidsduur in werking treden. Werknemers krijgen hiermee de mogelijkheid om, tegen de wil van de werkgever, de arbeidsduur te wijzigen.Werknemers zullen vanaf 1 juli a.s. hun werkgever kunnen ‘verzoeken’ om aanpassing van de overeengekomen arbeidsduur. Voorwaarde voor aanpassing is dat de werknemer minstens een jaar in dienst is. Op een werkgever met minder dan 10 werknemers is de wet niet van toepassing. De aanpassing van de arbeidsduur kan zowel een vermindering als een vermeerdering van de arbeidsduur betreffen. Het verzoek moet minstens vier maanden vóór de gewenste aanpassing bij de werkgever worden ingediend. Na overleg moet de werkgever uiterlijk een maand vóór de gewenste ingangsdatum een beslissing nemen, anders vindt aanpassing plaats conform het verzoek. De werkgever kan het verzoek slechts afwijzen als ‘zwaarwegende bedrijfsbelangen’ zich tegen de inwilliging verzetten. De werkgever heeft nog enigszins grip op de situatie in die zin dat hij de gewenste spreiding van de uren over de week of de maand mag bepalen indien hij daar een zodanig belang bij heeft dat de wens van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Weinig werkgevers zullen gelukkig zijn met deze uitbreiding van de rechten van werknemers. Zekerheidshalve is daarom in de wet opgenomen dat de arbeidsovereenkomst niet kan worden beëindigd wegens het indienen van een verzoek tot aanpassing door de werknemer. Om de werkgevers nog enigszins tegemoet te komen bevat de wet een aantal met name genoemde redenen op grond waarvan in ieder geval een zodanig zwaarwegend bedrijfsbelang aanwezig wordt geacht te zijn dat het verzoek van de werknemer mag worden afgewezen. Bij een door de werknemer gevraagde vermindering van de arbeidsduur zijn dat: ernstige problemen bij de herbezetting, problemen op het gebied van veiligheid, of problemen van roostertechnische aard. Bij een gevraagde vermeerdering van de arbeidsduur betreft het: ernstige problemen van financiële of organisatorische aard, het niet voorhanden hebben van voldoende werk, of ingeval de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting daartoe ontoereikend is. Verzoeken van de werknemer tot vermindering van de arbeidsduur zijn ook nu al bekend uit de rechtspraak. Deze worden dan gebaseerd op de algemene wettelijke verplichting van de werkgever om zich als een redelijk werkgever te gedragen. De kantonrechter te Tiel vindt dat onder omstandigheden de werkgever moet instemmen met een verzoek van de werknemer om in deeltijd te mogen werken. Deze mag dat echter niet op oneigenlijke wijze proberen af te dwingen. In de zaak die speelde wilde de werkneemster 32 uur in plaats van 40 uur gaan werken. De werkgever was niet akkoord. Werkneemster meldde zich toen maar ziek en deelde mede dat zij in het kader van haar reïntegratie nog slechts een beperkt aantal uren kon werken. Naar de mening van de kantonrechter gebruikte de werkneemster hiermee haar "ziekte" als een ongeoorloofd pressiemiddel om een 32-urige werkweek af te dwingen. Klik hier voor de tekst van de Wet aanpassing arbeidsduur. |