Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtOntslag bij ziekte22 juni 2001 Op dit moment is hoogst actueel het antwoord op de vraag op welke wijze de ruim één miljoen WAO-ers in aantal kunnen worden teruggebracht.Op één of andere manier ervoor zorgen dat er minder zieke werknemers in de WAO komen, is het ei van Columbus dat de oplossing moet bieden. Daartoe heeft Staatssecretaris Hoogervorst het ‘Wetsvoorstel poortwachter’ ingediend. Hierin staat een aantal maatregelen dat ertoe moet leiden dat werknemers in het eerste ziektejaar zelf actie ondernemen om weer aan het werk te gaan, zodat ze niet in de WAO belanden. Zo niet, dan krijgt de werkgever in het wetsvoorstel de mogelijkheid de loonbetaling stop te zetten. Een gelegenheidscoalitie van VVD, CDA en D66 vindt dat evenwel niet ver genoeg gaan en heeft een amendement ingediend om het twee jaar durende z.g. opzeggingsverbod tijdens ziekte in die gevallen op te heffen. Hierover wordt vandaag in de Tweede Kamer beraadslaagd, en wij wachten in spanning af of deze haast sacrale pijler onder ons ontslagrecht aan het wankelen kan worden gebracht. Kan dus de arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer gedurende twee jaar niet worden beëindigd middels opzegging door de werkgever, gedurende die periode kan wel aan de kantonrechter de ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden gevraagd, mits een door het LISV getoetst reïntegratieplan met de vereiste bijlagen wordt overgelegd. Dit vereiste is het resultaat van de z.g. Flexwet van circa drie jaar geleden. Bij de parlementaire behandeling van die wet stond de regering voor ogen dat deze toetsingsprocedure binnen twee weken zou kunnen zijn afgerond. In de praktijk is gebleken dat deze termijn slechts bij hoge uitzondering wordt gehaald. Overschrijding van die termijn met meerdere weken is heel gewoon en dan nog moet de werkgever of diens advocaat er flink ‘ach-teraan jagen’. Een werkgever, nota bene een arbodienst, die een ontbindingsverzoek voor haar zieke werknemer wilde indienen, stuurde daarom het reïntegratieplan met bijlagen vooraf ter toetsing naar het LISV en vervolgde dit telefonisch. Tijdens die telefoongesprekken werden door LISV-medewerkers diverse toezeggingen gedaan omtrent de datum van afgifte van het getoetste reïntegratieplan, doch evenzovele malen werd dit niet nagekomen. De werkgever, het wachten zat, dagvaardde vervolgens het LISV en vorderde in kort geding afgifte van het getoetste reïntegratieplan binnen negen dagen (juist vóór de datum van de mondelinge behandeling van het ontbindingsverzoek door de kantonrechter) op straffe van verbeurte van een dwangsom. Ter zitting voerde het LISV slechts verweer tegen de hoogte van de gevraagde dwangsom, en zegde nogmaals(!) toe het getoetste reïntegratieplan binnen de gevraagde termijn te zullen verstrekken. De President te Amsterdam stelde op 2 april jl. vast dat het LISV ernstig in gebreke was gebleven. Gelet op de eerder niet nagekomen toezegging door het LISV stond de ter zitting gedane toezegging de toewijzing van de vordering niet in de weg, vervolgde de President fijntjes. |