Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrechtBedrijfsongeval in bejaardentehuis27 oktober 2000 Werkneemster, verzorgende in een bejaardentehuis, glijdt uit over de zojuist door haar geboende vloer. Ze houdt blijvende fysieke klachten over aan haar val. Voor deze schade stelt zij de werkgeefster aansprakelijk.De werkneemster was opgepiept door een bewoonster van het bejaardentehuis, die in haar bed en op de grond had geürineerd. Zij heeft vervolgens eerst de vloer schoongemaakt en is daarna het bed gaan opmaken. Daarbij is zij uitgegleden en tegen het bed gevallen, als gevolg waarvan zij rugklachten en krachtverlies in haar linkerbeen opliep. De werkneemster stelde haar werkgeefster aansprakelijk. De kantonrechter en in hoger beroep de rechtbank waren van mening dat de werkgeefster in dit geval geen zorgplicht had geschonden. Een werkgever is verplicht om die maatregelen te nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat een werknemer schade lijdt, zo bepaalt de wet in artikel 7:658 BW. De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die deze in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. Hij kan deze aansprakelijkheid slechts afwenden indien hij aantoont dat hij zijn zorgverplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Dit wetsartikel biedt de werknemer geen absolute bescherming tegen alle mogelijke gevaren. De werkneemster had in de gerechtelijke procedure zelf aangegeven dat de vloer, kort nadat zij deze had schoongemaakt, glad kon zijn, en zij heeft erkend er indertijd niets op tegen te hebben gehad dat in de kamer van de betreffende bewoonster (die met incontinentie kampte) zeil was gelegd in plaats van tapijt. Gezien dit alles meent de rechtbank dat er sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar niet van schending van enige zorgplicht van de werkgeefster. Het bejaardentehuis was niet gehouden om een antislipzeil in de kamer van de bewoonster neer te leggen of om zodanige schoonmaakmiddelen te verstrekken dat de vloer “kurkdroog” kon worden gemaakt. Voorts wees de rechtbank de stelling van de werkneemster af dat de hoge werkdruk mede tot een gevaarlijke situatie zou hebben geleid. Bedden opmaken is niet zo’n gevaarlijk werk dat dit bijzondere aandacht of concentratie vereist. Van de werkneemster had de normale oplettendheid mogen worden verwacht en de rechtbank achtte bijzondere maatregelen niet geboden. De werkgeefster werd dus niet aansprakelijk geacht voor de ontstane schade. In een eerdere Fillet Fax Flits werd opgemerkt dat de verplichting van de werkgever om te zorgen voor een veilige werkomgeving ver reikt. Werkgevers moeten zich hier van bewust blijven. In principe is de werkgever immers aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn functie lijdt, en de werkgever moet maar bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Uit het besproken vonnis blijkt dat de rechtspraak ook weer niet is doorgeschoten. Tip: De werkgever moet de maatregelen nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer tijdens het werk iets overkomt. Van de werknemer mag op zijn beurt de normale oplettendheid worden verwacht. En soms is er gewoon sprake van een ongelukkige samenloop die niemand kan voorzien, en die niemand kan voorkomen, zelfs een werkgever niet! |