Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


Het opzeggingsverbod tijdens ziekte en de statutaire directeur


28 september 2000

Ondanks de kritiek die in de huidige krappe arbeidsmarkt wordt uitgeoefend op de kantonrechtersformule blijft deze de toon zetten als het gaat om de vaststelling van de vergoeding aan de werknemer bij gedwongen ontbinding van diens arbeidsovereenkomst. In de formule speelt de factor tijd dubbel een rol doordat voor ieder dienstjaar een maandsalaris wordt toegekend terwijl al naar gelang de werknemer ouder is een extra factor wordt meegenomen in de berekening. Voor dienstjaren tussen 40 en 50 jaar bedraagt deze factor 1,5 en voor dienstjaren boven 50 jaar 2. Daarbij kan op gronden van redelijkheid en billijkheid soms zelfs ook de arbeidsduur bij de vorige werkgever nog een rol spelen.


Het zgn. opzeggingsverbod tijdens ziekte houdt in dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer niet mag opzeggen tenzij de ziekte al langer dan twee jaar duurt. Naast dit verbod geldt in Nederland dat een werkgever eerst toestemming moet vragen en verkrijgen van de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening (RDA) om diens arbeidsovereenkomst met een werknemer op te (mogen) zeggen. De combinatie van deze voorwaarden leidt er niet alleen toe dat voor de rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst met de werknemer die langer dan twee jaar ziek is onverkort voorafgaande toestemming van de RDA vereist is, het leidde er vooral toe dat werknemers zich ziek meldden zodra hun werkgever aan de RDA toestemming vroeg om hun arbeidsovereenkomst te mogen opzeggen. Als die toestemming vervolgens afkwam terwijl de werknemer nog steeds ziek was en, gedurende de geldigheidsduur van deze toestemming van enkele weken, ziek bleef, kon de werkgever de arbeidsovereenkomst dus niet opzeggen. Ter voorkoming van deze vlucht in ziekte zodra een ‘RDA-toestemmingsprocedure’ is opgestart, geldt sinds de Flexwet (01.01.99) een uitzondering op het opzeggingsverbod: opzegging van de arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer kan niet, “tenzij de ziekte een aanvang heeft genomen nadat een verzoek om toestemming door de RDA is ontvangen”. Aldus kwam een eind aan dit vluchtgedrag dat algemeen als hoogst onredelijk werd ervaren.

Enkele maanden geleden oordeelde de fungerend President van de Rechtbank Breda dat deze uitzondering op het opzeggingsverbod ook analoog van toepassing is op de opzegging door een besloten vennootschap van een arbeidsovereenkomst met een statutair directeur. De President overwoog daartoe dat in het vennootschapsrecht de ontslagprocedure van een bestuurder begint met de ontvangst van de oproeping voor de algemene vergadering van aandeelhouders (ava) waarin en waardoor deze wordt ontslagen. Nu de bestuurder zich pas na die ontvangst had ziek gemeld, werd hij niet beschermd door het (analoog toegepaste) opzeggingsverbod en kon hij tijdens de daarop volgende ava rechtsgeldig worden ontslagen.

 

Tip: zorg er, net als bij de gewone werknemer, voor dat de bestuurder niet eerder lucht krijgt van diens voorgenomen ontslag dan nadat hij de oproeping voor de ‘ontslagvergadering’ al (per koerier) heeft ontvangen.