Kamerbeek Fillet advocaten arbeidsrecht ondernemingsrecht


Pensioengerechtigde leeftijd en ontslag


30 maart 2001

In Fillet Fax Flits 2/12 d.d. 7 juni 2000 ‘tipten’ wij dat het wachten is op een strijdvaardige 65-jarige werknemer die nog een paar jaar wil blijven doorwerken en dit via de rechter wil afdwingen. Die strijdvaardige 65-jarige werknemer was - naar achteraf blijkt – toen al in hoger beroep aan het procederen. Eind vorig jaar kreeg hij echter van de rechtbank Utrecht de kous op de kop.

In 1995 oordeelde de Hoge Raad dat niet gezegd kan worden dat de regel dat een arbeidsovereenkomst in het algemeen eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, niet langer in overeenstemming is met de rechtsopvatting van brede lagen van de bevolking.

In de hierboven genoemde zaak bij de kantonrechter en vervolgens in hoger beroep bij de rechtbank te Utrecht, was de vraag aan de orde, of deze opvatting ook thans nog opgeld doet, mede in aanmerking genomen het in 1999 ingediende Wetsvoorstel met betrekking tot leeftijdsdiscriminatie bij de Arbeid. De rechtbank constateerde dat de pensioen-, arbeids- en sociale zekerheidswetgeving er over de gehele lijn nog steeds vanuit gaat – een enkele uitzondering daargelaten – dat men vóór zijn 65e jaar in het arbeidsproces is of moet worden opgenomen, maar daarna een of andere vorm van pensioen geniet en uit het arbeidsproces is getreden.

Ook uit (de toelichting bij) dit wetsvoorstel blijkt niet dat er sprake is van enige koerswijziging in dit verband, waaruit de rechtbank afleidt dat het nog immer algemeen aanvaard is dat het arbeidzame leven een einde neemt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Een ontslag op die leeftijd berust dus op een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond. Daarom kon de vordering terzake van kennelijk onredelijk ontslag, die deels gebaseerd was op leeftijdsdiscriminatie, niet slagen. Voorzover deze vordering was gebaseerd op de kennelijke onredelijkheid van het ontslag wegens het ontbreken van een andere voorziening dan de AOW, nu de werkgever voor betrokkene geen pensioenregeling had getroffen, overwoog de rechtbank, dat de werknemer, die ca. 18 jaar bij de werkgever in dienst was geweest, wist dat er geen pensioenregeling was getroffen en desgewenst maatregelen had kunnen treffen.

Overigens staat het betrokkene vrij, aldus de rechtbank, zich alsnog op de arbeidsmarkt te begeven, zodat de werknemer in staat moet worden geacht zelf te voorzien in de tengevolge van het ontslag optredende inkomstenderving. Van een kennelijk onredelijk ontslag kon dan ook in dat opzicht geen sprake zijn.